naar top
Menu
Logo Print
07/12/2018 - FERRE BEYENS

VERKETTERDE MILIEUTECHNOLOGIE

COLUMN - FERRE BEYENS, AUTOMOTIVE ANALIST/JOURNALIST

Ferre BeyensOnafhankelijk uitgevoerde emissietests illustreren dat de uit­stoot van 270 Euro 6d-Temp genormeerde dieselmodellen onder de wettelijk toe­gelaten drempelwaarde blijft. Straffer nog: een overgrote meerderheid van deze, milieutechnisch ‘ge­slaagde’ diesels, duikt vandaag resoluut onder de over twee jaar in voege tre­dende NOx-limieten. Volgens de Europese vereniging van Auto­constructeurs (ACEA) tonen deze – naar WLTP- en RDE-test­normen – vast­gestelde uitstootgegevens, dat beleidsmakers er goed aan zouden doen om eindelijk hun verant­woor­delijkheid te nemen. Door de op weten­schappelijk drijfzand berustende dieselverkettering definitief af te zweren, door een conse­quenter toezicht op de correctheid van in­forma­tie­verstrekking m.b.t. tot die onterecht gehekelde ver­bran­dings­technologie en … door nu eens eindelijk een onderscheid te maken tus­sen de emissie van verouderde en nieuwe Euro 6d-Temp dieselmotoren.

“Het antidieselpredikaat dreigt te verzinken in een moeras van wetenschappelijk drijfzand”

Op sensatie en negatieve sfeersetting mikkende mainstreammedia hebben de resultaten van deze emissietests blijkbaar in hun verticaal klassement gekieperd. Van het soort infoverstrekkers, dat systematisch cijfermateriaal misbruikt heeft om de ‘ideologische’ antidieselagenda te dienen, kon dat verwacht worden. Bangelijker is het dat politiekers – voortdurend opgepookt door de hogepriesters van de klimaatreligie – die gunstige emissietests ten spijt, hun perverse afkeer voor de diesel blijven etaleren. Toch zijn de cijfers wat ze zijn. Toch is de NOx-uitstoot van een Euro 6d-Temp-diesel met 85% gedaald in vergelijking met wat een Euro V emitteerde. Toch staan er nu al diesels in de showroom die tot 95% minder NOx uitstoten.

Journalisten zouden informatie moeten brengen waar­uit lezers, luisteraars en kijkers in alle objectiviteit hun besluiten kunnen trekken. Maar de aanhoudende dieselverkettering bewijst dat kranten niet schrijven om te informeren, wel hoe de mens nog mag denken. Wie technisch een beetje thuis is in de zelfontbrandingtechnologie, weet wel beter. Die ziet hoe dit motorprincipe ten prooi is ge­vallen aan pure, leugenachtige demagogie. Die voelt dat technologisch, onkundige ‘informatieverstrekkers’ zich blijvend gedragen als fanatieke zeloten, die als pedante incarnatie van weldenkendheid hun groene ‘correctheid’ ongestraft mogen promoten …. via hun – meestal – door de overheid gesubsidieerde medium.

Dat de moderne diesels tot de absoluut beteren van de milieuklas behoren, zal alle media roeptoeters om propere lucht een zorg wezen. Op een paar uitzonderingen na zagen we – na bekendmaking van de emissietests – een schrijnend gebrek aan objectieve verslaggeverij. Veel ruimte en aan­dacht was er daa­ren­tegen wel voor de mening van technologisch onbekwame journalisten en een resem zichzelf de status van ‘klimaatspecialist’ toe-eigenende mediavedetten. Aan meningen? Geen ge­brek. Feiten? Zelden tot nooit.

Propere lucht blijft dus een dankbaar onderwerp voor de journalistieke commerce. In opdracht van ecologisten, waarvan duidelijk is dat ze toleranter worden zodra de overheid lonkt met royale sponsoring, concentreert het propereluchtdebat zich thans uitsluitend op tailpipe-emissies. Dit met de diesel als zon­debok. Niet de minste aandacht trouwens voor (bv.) de zich resoluut in het roet­hoofdstuk nestelende, recht­streeks geïnjecteerde benzinemotor. En zwijgen uiteraard over de tot driemaal hoger (dan uitlaatemissies) uit­vallende roetvorming als gevolg van banden- en rem­menslijtage. Alsof we best vergeten dat de door properelucht-stre­bers gemystificeer­de elektrische auto geen banden of rem­men van doen zou hebben.

Metingen van het Duitse Umweltbundesamt (UAB), van “Emissionen und maßnahmenanalyse, Fein­staub 2000-2020” bleven niet toevallig on­der de mediaradar. In 2015 al re­gistreerde het UAB dat de die­sel­roetuitstoot in Duitsland in vijf jaar tijd met liefst 90% was teruggedron­gen. Het roetaandeel van dieselauto’s en vracht­wagens be­droeg dat jaar (6,82 kton) iets meer dan de 6,11 kton die de Duitse sigaret in die periode ver­oorzaakte. Het roet als gevolg van banden- en rem­menslijtage bedroeg 22 kton. Driemaal meer dus dan het aan­deel van de dieseluitlaat. Bleek vooral dat roetbestrijding in huisverwarming, industrie, landbouw, lucht-, spoor- en scheepstransport dringender aan de orde waren. Want die veroorzaakten 127,12 kton …. tegen 6,82 kton op het saldo van de vogelvrij verklaarde diesel.

Of de wereldverbeteraars van dat antidieselkalifaat het verschil kennen tussen immissie en emissie? We vre­zen van niet. Want indien dit wel het geval zou zijn, dan zou­den ze snel in­zien dat hun antidieselgeleuter m.b.t. NOx-uitstoot dreigt te verzinken in een moeras van wetenschappelijk drijfzand. Immissie karakteriseert trouwens de concentratie van vervuilende stoffen en is de fi­nale fase van een com­pleet pollutieproces. Atmosferische vervuiling be­staat dan weer uit een primaire en secundaire impact. De eerste als dieseluitstoot maar in hoofdzaak veroorzaakt door indus­trie, landbouw, huisverwarming etc. De twee­de pollutievorm is getransformeerde primaire emissie, een transforma­tie in chemische gasvorming. Dit laatste dan als ge­volg van verandering in gasconcentratie door ver­dun­ning, afzwakking of door wijziging van de NO/NO2-verhouding. Dit alles onder invloed van zon­licht en de daar­door gegenereerde (com­plexe) fotochemische pro­ces­sen. Is de gebrekkige informatieverstrekking – of be­wust verzwegen waarheid – rond deze NOx-fei­ten te dan­ken aan het minder leuke nieuws dat de antidieselsynode ook hiermee te beurt valt? Want hadden metingen naar de luchtkwaliteit in Londen, gedaan tus­sen 2008 en 2013 niet aangetoond dat ondanks de significante NOx-re­ductie van diesels en zelfs het bannen van de diesel in bepaalde zones, de NO2-immisie in zes jaar niet stagneer­de, helemaal niet reduceerde maar zelfs was toegenomen!

Daarmee blijft een milieuvriendelijke technologie ver­ketterd. Voortdurend tegengewerkt door mensen die niet kun­nen leven met het pijnlijke feit dat de cijfers zijn wat ze zijn. Onbegrepen vooral door een overheid (voo­ral Eu­ropees) die moeilijk of helemaal niet tot redelijk in­zicht is te brengen. We blijven dus bestuurd door doem­den­kers, die zich gesupporterd voelen door technologisch on­kundige inktcollies van een ‘Vierde Onmacht’. Het soort informatieverstrekkers dat maar niet begrijpt dat hun publiek geen pap meer lust van al dat dog­matisch en technovreemd antidieselgeklets.