naar top
Menu
Logo Print

POLO WEIGERT TE STARTEN

Nokjes tandkrans beschadigd

Onlangs kreeg onze expert in zijn diagnoseatelier een Volkswagen Polo aangeboden die weigerde te starten. Het ging om een exemplaar van bouwjaar 2007, type 9N, en voorzien van een 51 kW sterke 1.4 TDI-motor met pompverstuiver. De monteur zat met de handen in het haar, want na het vervangen van enkele componenten en na enkele metingen weigerde het kreng nog steeds om te starten. Een juiste diagnose leek niet onmiddellijk in zicht en de monteur besloot dan maar om een beroep te doen op de diensten van onze diagnose-expert.

INITIELE KLACHT

Wanneer een dergelijke wagen het atelier binnenkomt, probeert onze specialist zo veel mogelijk informatie te verzamelen met betrekking tot de klacht.

Informatie

  • Hoe werd de wagen bij de garagist binnengebracht?
  • Wanneer trad de storing voor het eerst op?
  • Wat werd er al gemeten?
  • Wat werd er reeds vervangen?

Historiek

Uit dit korte gesprek met de monteur kon onze expert opmaken dat het voertuig met een takeldienst werd binnengebracht, en dat er een foutcode aanwezig was in het motormanagement die iets vertelde over het krukassignaal. Vervolgens liep de monteur er even de parameters op na, zag hij dat het toerentalsignaal niet binnenkwam, en besloot hij om een nieuwe krukassensor te monteren. Het vervolg van het verhaal is gekend: de wagen weigerde nog steeds te starten, en wederom trof de monteur een foutcode op de krukassensor aan.


DIAGNOSE STAP VOOR STAP

Een diagnose stellen is eigenlijk gewoon een stappenplan doorlopen; stap voor stap dingen uitsluiten om vervolgens verder te gaan met een volgende fase. Maar vooral: niets over het hoofd zien! In dat opzicht begint onze diagnose-expert steeds weer helemaal opnieuw met zijn diagnose wanneer hij zo'n storingswagen aangeleverd krijgt.


Foutcodes

Helemaal bovenaan op het stappenplan staat: lees het foutcodegeheugen van het voertuig uit. In het motormanagement wordt de volgende foutcode aangetroffen: 'P0322 sensor motortoerental, geen signaal'.


Sensormeting

Na de foutcode volgt de meting aan de sensor. De scope wordt opgestart en aangesloten. In het geval van deze Polo hebben we te maken met een inductieve krukassensor. Meten doen we bij dit type onmiddellijk aan de sensor, in aangesloten toestand bij het starttoerental, en over de bedrading. Als meetresultaat wordt er een sinusvormig signaal verwacht. Maar ondanks de vervanging van de sensor meten we niets; er wordt geen signaal gegenereerd. Een inductieve sensor is een producerende sensor, wat wil zeggen dat hij geen hulp van buitenaf nodig heeft om zijn signaal te kunnen genereren. Met andere woorden: een draadbreuk van de signaaldraad of een defect stuurapparaat heeft geen invloed. Dit meetresultaat duidt wel degelijk op een defecte sensor.
 

FOUTE MONTAGE

Bij de demontage van de sensor stellen we echter vast dat die scheef gemonteerd zit, en bovendien is de neus van de sensor beschadigd. We vervangen die door een nieuw exemplaar, wissen daarop de foutcode en starten wederom de motor. Althans, dat proberen we. Tot onze verbazing heeft hij nu wel de intentie om aan te slaan. Af en toe volgt er een injectie en vermeerdert het toerental even, maar echt aanslaan doet hij echter niet ...

Opnieuw lezen we het foutcodegeheugen van het motormanagement uit. Ditmaal treffen we de volgende foutcode aan: 'P0321 sensor motortoerental, onaannemelijk signaal'. Dezelfde component, maar een andere omschrijving dus. Als we de foutcode mogen geloven, wordt er ditmaal dus wel een signaal gegenereerd, maar strookt het niet met het verwachtingspatroon van het motorstuurapparaat. Klopt ook, want wanneer we een tweede maal onze scope aansluiten bij de krukassensor, meten we effectief een sinusvormige spanning.


ZOEK DE FOUT

We stoppen onze meting en gaan over tot een analyse van het meetresultaat (zie screenshot boven). Al snel kunnen we vaststellen dat er net voor elke eerste krukasmarkering een afwijking in het signaal zit; de amplitude wordt plots wel heel klein. Het bijzondere aan het krukassignaal van deze motor is dat er per krukasomwenteling niet één, maar drie markeringen zijn. Dit heeft alles te maken met het feit dat deze motor slechts drie cilinders heeft, en dat het motorstuurapparaat tijdens de startfase al vanaf de eerste arbeidsslag juist wil injecteren.
De afwijking in het signaal doet zich dus niet om de drie krukasomwentelingen voor, maar één keer per omwenteling. Het signaal laat weinig tot de verbeelding over: enkel een beschadigde tandkrans kan aan de oorzaak liggen. 
 
We demonteren het carter voor nadere inspectie en ontdekken dat twee nokjes van de tandkrans door een slecht gemonteerde krukassensor werden beschadigd. Die veroorzaken dus de afwijking in het signaal (zie scopebeeld). We maken onze diagnose over aan de monteur en de wagen wordt weer opgehaald voor verdere herstelling.