naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 29/11/2017

PINGELENDE MOTOR IN VOLVO C30

Verkeerd inspuitmoment en foutieve inspuithoeveelheid

Onze diagnosespecialist kreeg onlangs een Volvo C30 in de werkplaats aangeboden met de volgende klacht: pingelen en onregelmatig draaien van de motor. Het betrof een voertuig van bouwjaar 2011, uitgerust met de laatste generatie PSA 1.6 dieselmotor met acht kleppen. Deze D4162T-motor van Volvo is toegepast op Euro 5-wagens en beschikt over een inspuitsysteem van de nieuwe generatie.

EERSTE STAPPEN

Technisch journaal

De specialisten in de werkplaats vinden niet meteen de oorzaak van het probleem. Ze contacteren de technische hotline van Sergoyne, die via Pass-thru beschikt over het originele VIDA-systeem van Volvo. Na wat opzoekingswerk blijkt dat er een Technisch Journaal van Volvo bestaat over deze klacht met een stappenplan en een daadwerkelijke oplossing (zie figuur hierboven).


Softwareupdate

De eerste stap is het controleren van het motormanagementsysteem. Beschikt de wagen over de laatste softwareversie? Als dit niet het geval is, moet er een update van de motorregeleenheid (ECM) gebeuren. Dit kan opnieuw via Pass-thru en het VIDA-programma van Volvo, waarbij de technische hotline de technicus assisteert in het gebruik ervan.

Om de software in te laden, moeten we eerst de software aankopen via een Volvo dealer, die deze aan het chassisnummer koppelt en activeert op onze computer. Pas dan kunnen we via VIDA de ECM-software downloaden en vervolgens inladen op de wagen om de update uit te voeren. 
Met deze latere softwareversie is het mogelijk om, met behulp van het uitlezen vanuit de regeleenheid, de status te controleren van de adaptatie van de regeleenheid wat de injectoren betreft.

OORZAAK VAN HET PROBLEEM

Injectoren

De motorregeleenheid analyseert afwijkingen in het toerental van de krukas tijdens het remmen op de motor als een bekende hoeveelheid brandstof wordt ingespoten. Die analyse wordt gebruikt om de inspuithoeveelheid van brandstof voor de injector van de respectievelijke cilinder af te stellen.


Aanleerprocedure

Nadat de adaptaties zijn gereset, moet de aanleerprocedure opnieuw worden uitgevoerd.


OPLOSSING

We rijden met de wagen in derde of vierde versnelling en remmen op de motor vanaf 4.000 toeren per minuut tot aan een stationair toerental. Daarbij raken we de rem of het koppelingspedaal niet aan. Tijdens het afremmen op de motor stelt de motorstuurdoos de adaptatiewaardes van de injector bij. Daardoor loopt de wagen gelijkmatiger stationair en nemen de klopgeluiden af. Die waren immers te wijten aan een verkeerd inspuitmoment en een foutieve inspuithoeveelheid.


Karakteristieken van de injectoren

Naarmate we de procedure van het afremmen op de motor meer en meer herhalen, zal de motor zachter en gelijkmatiger lopen. Het rijpatroon zorgt er immers voor dat de karakteristieken van de injectoren van de respectievelijke cilinders worden geanalyseerd en de aangeleerde adaptatiewaarden fijn worden afgesteld.

De technicus die de proefrit uitvoert, doet dit bij voorkeur op een rustige weg met weinig verkeer. Zo bekomen we een zo goed mogelijk resultaat en kan er een objectief merkbaar verschil waargenomen worden door de technicus. We zijn hier makkelijk meer dan een uur op stap geweest met een zacht draaiende motor.


Terug naar de klant

Na het uitvoeren van de aanleerprocedure kan de wagen weer afgeleverd worden aan de klant. De motor zal weer zachter en gelijkmatiger lopen.