naar top
Menu
Logo Print
30/04/2019 - TILLY BAEKELANDT

PTS CAMPUS BOOM INVESTEERT € 120.000 IN AFDELING AUTOTECHNIEKEN

“SCHOLEN EN BEDRIJVEN KUNNEN SAMEN TOT EEN WIN-WINSITUATIE KOMEN"

PTS campus BoomPTS campus Boom zet sterk in op gedreven leraars die zowel technisch als pedagogisch geschoold zijn, een goede samenwerking met de bedrijven en een up-to-date infrastructuur. In 2013 werd een visieplan opgesteld voor de afdeling Automechanica, waarbij over vijf jaar tijd voor 120.000 euro werd geïnvesteerd in infrastructuur. Campusdirecteur Arnold Callay en technisch adviseur Peter Van Den Bossche benadrukken dat scholen en bedrijven elkaar nodig hebben en zo tot een win-winsituatie kunnen komen.

PTS CAMPUS BOOM

PTS (Provinciale Scholen voor Tuinbouw en Techniek) omvat drie vestigingen: PTS campus Boom, PTS campus Mechelen (hoofdzetel) en Centrum Leren en Werken Boom. Campus Boom telt ongeveer 840 leerlingen en biedt zowel doorstroomrichtingen aan als opleidingen die voorbereiden op de arbeidsmarkt. Dit binnen het domein STEM (Science, Technology, Engineering, Mathematics), waarbij men in de eerste graad kennismaakt met heel wat technieken. De tweede graad tso omvat zes opleidingen (Industriële Wetenschappen, Techniek-Wetenschappen, Elektromechanica, Elektrotechnieken, Mechanische Technieken, Houttechnieken), de tweede graad bso drie (Elektrische installaties, Basismechanica, Houtbewerking). De derde graad tso en bso bieden resp. negen en zeven opleidingen aan, waaronder Autotechnieken. Na het zesde jaar tso of het zevende jaar bso kan men zich in het studiegebied Auto specialiseren in het Se-n-Se jaar (Hybride en elektrische voertuigen - Toegepaste Autotechnieken) of specialisatiejaar bso (Auto-elektriciteit).

STUDIEGEBIED AUTOTECHNIEKEN

PTS campus Boom
In de afdeling Auto werd er over vijf jaar geïnvesteerd in onder meer een nieuwe hefbrug, computers, koplampentester, bandenmachine,een nieuw aircotoestel, een elektrisch en hybride voertuig, diagnoseapparatuur, een remontluchtingsapparaat, viergasmeter en gereedschapskoffers

Momenteel volgen 56 leerlingen de richting Autotechnieken, waarvoor ze vanaf het vijfde jaar specifiek kunnen kiezen.

Peter Van Den Bossche (technisch adviseur Automechanica, Sanitair, Koel- en warmtechnieken): “Bso-leerlingen studeren af met de kwalificaties onderhoud en herstelling. Tso-leerlingen beschikken over de kennis inzake de werking van de wagen. Diagnose is belangrijk en voortstuderen voor een bachelordiploma in de Autotechnologie behoort tot de mogelijkheden. De bso-afdeling krijgt 16 uren praktijk per week, de tso-afdeling 8 uren. In het zesde jaar is een blokstage van twee weken voorzien. We hebben de afgelopen jaren een constante instroom van ongeveer 50 à 60 leerlingen en zitten hiermee aan onze maximumcapaciteit. Ik vind 15 personen per klas het maximum."

In de studierichting Toegepaste Autotechnieken (Se-n-Se, Secundair-na-Secundair) raakt men vertrouwd met alternatieve, duurzame systemen zoals hybride en elektrische voertuigen. Men loopt ook wekelijks stage om ervaring op te doen op de werkplek. De werkplaats en labo's zijn uitgerust met de nieuwste voertuigen, waarbij diagnose op motormanagementnetwerken en accessoires uitgebreid aan bod komt. De leerlingen leren omgaan met diagnoseapparatuur, de basismetingen uitvoeren en oefenen hun kennis en vaardigheid aan de hand van opgestelde oefeningenreeksen. Peter Van Den Bossche: “Concreet krijgen de bso-leerlingen praktijkfiches of werkorders waarmee ze aan de slag kunnen. Ze checken het programma op de computer, bestellen de nodige zaken bij een bedrijf waar we mee samenwerken, en noteren de kosten. Op die manier passeren hier per jaar ongeveer 250 wagens. De tso-leerlingen krijgen vooral praktische oefeningen rond diagnose."

VISIEPLAN INFRASTRUCTUUR

PTS campus BoomHet is als technisch adviseur niet evident om te beslissen welke richting extra investeringsmiddelen krijgt, aldus Peter Van Den Bossche: “We hebben in 2013 een visieplan opgesteld voor het studiegebied Autotechnieken. Op basis van de provinciale middelen hebben we de afdeling in vijf jaar tijd voor een bedrag van ongeveer 120.000 euro van up-to-date materiaal voorzien. Denk aan een nieuwe hefbrug, computers, koplampentester, bandenmachine, een nieuw aircotoestel, een elektrisch en hybride voertuig, diagnoseapparatuur, een remontluchtingsapparaat, viergasmeter en gereedschapskoffers. We merken dat dit een extra dynamiek en enthousiasme teweegbrengt in de afdeling."

SAMENWERKING MET BEDRIJFSWERELD

Peter Van Den Bossche onderstreept dat, boven op een up-to-date infrastructuur, een goede samenwerking met het bedrijfsleven van cruciaal belang is: “Ik werk momenteel met 52 bedrijven samen, vooral binnen het kader van de stages. Onlangs hebben we naar aanleiding van een oproep die ik gelanceerd heb, twaalf wagens gekregen. Een dergelijke samenwerking moet groeien. Ik stel ons voor bij de bedrijven, die ook naar hier komen. We organiseren om de twee jaar een bedrijvenavond waarop we onze visie uiteenzetten, en voorzien onder de noemer 'Wat na PTS?' een informatiedag met beurzenstand."

Peter Van Den Bossche
Peter Van Den Bossche

Campusdirecteur Arnold Callay bevestigt: “Het onderwijs moet op technisch vlak zo veel mogelijk mee of zelfs voor zijn. De leerplannen moeten voor zijn op hun tijd. Zo niet, lopen wij op een andere snelheid. Het is jammer dat er geen continuïteit is op vlak van onderwijsbeleid dat zou moeten doorlopen met de nodige klemtonen en up-to-date blijven met de industrie. De grote onderwijshervorming is ongetwijfeld met goede bedoelingen van start gegaan, maar schiet haar doel toch wat voorbij. Men had komaf moeten maken met de schotten, opdat de leerlingen echt zouden worden ingezet op hun talenten. De auto-industrie is enorm aan het evolueren. Ik denk aan de hybride en elektrische auto's. In Nederland zien we overal laadpalen opduiken. Als school kan je niet alles alleen doen. We hebben de nijverheid nodig. De bedrijven investeren al heel wat en ik hoop dat ze blijven bijspringen om de leerkrachten van de nodige knowhow inzake nieuwe technieken te voorzien."

UP-TO-DATE LEERKRACHTEN

Arnold Callay verduidelijkt de visie van de school inzake het aanbieden van goed onderwijs: “Elke leerling is voor ons gelijk en heeft recht op onderwijs. Vanuit zorg voor de jongeren begeleiden we de leerlingen naar de juiste keuze. We werken met de maximumfactuur, wat mogelijk is door een goed provinciaal bestuur. Daarnaast luisteren wij naar de noden van de leerkrachten en proberen we hen via bijscholingen en opleidingen zo up-to-date mogelijk te houden."

“De technisch adviseur werkt samen met de leerlingenbegeleider. Communicatie speelt hier een belangrijke rol. We spreken de jongeren aan op attitude, hebben persoonlijke gesprekken, ook met de ouders, en organiseren infoavonden en een opendeurdag. Het blijft voor ons echter een grote uitdaging om de juiste mensen te vinden die zowel op technisch als op pedagogisch vlak geschoold zijn, en om hen gemotiveerd en up-to-date te houden."

 

“Belang brede basiskennis"

Hans VerhulstDe 30 lesuren per week in de Se-n-Se studierichting Toegepaste Autotechnieken bestaan uit 2 uren Algemene Vorming (Engels/Frans), 16 uren Technische Vorming (alternatieve brandstoffen, auto-elektriciteit/elektronica, diagnose en motormanagement, elektrische aandrijving, hybride aandrijfsysteem, ICT) en 12 uren stage (stage/werkplekleren).

Leraar Hans Verhulst (zie foto): “Langs de ene kant verwachten bedrijven dat leerlingen een goede basis hebben, maar ze moeten ook op de hoogte zijn van specifieke merken en toestellen. Ook als leerkracht is het niet gemakkelijk om bij te blijven. Ik volg bijscholingen in diverse bedrijven, maar we moeten er ons voor behoeden dat we dan niet te specialistisch bezig zijn. We moeten ernaar streven om als school alle merken te vertegenwoordigen, maar dit is een hele uitdaging."

 

Arnold Calay“Duaal leren moet voor iedereen een meerwaarde zijn"

“Wat momenteel op tafel ligt biedt nog geen grote meerwaarde voor de auto-industrie", aldus campusdirecteur Arnold Callay wanneer we vragen naar zijn visie omtrent duaal leren (zie onder meer CarFix maart 2019).

“Ik heb het moeilijk met het feit dat het merkgebonden is. Ook het pedagogische aspect wringt. Je moet werkelijk te maken hebben met grote bedrijven die een opleidingscultuur hebben.
Dat wijzen ook de best practices in Duitsland uit. 
We zien dat het systeem eveneens werkt in de chemie, maar minder in de kleinere bedrijven. Het moet voor iedereen een meerwaarde zijn."