naar top
Menu
Logo Print

COMPLEXE REPARATIE DROGE DUBBELE KOPPELING

Efficiënt en zuinig schakelen

droge dubbele koppeling repareren

Sinds het VW-concern in 2008 voor het eerst de 7-traps droge dubbele koppeling installeerde, zijn ook andere constructeurs zoals Renault, Ford, Fiat, Alfa Romeo en Hyundai gebruik gaan maken van deze technologie. Vandaar ook dat op de aftermarket de droge dubbele koppeling een prominente rol zal (gaan) spelen. CarFix ging na hoe men exact de koppeling repareert die het comfort van een automatische versnellingsbak combineert met de efficiëntie van een manueel exemplaar.


WERKING DUBBELE KOPPELING

Een dubbele koppelingstransmissie heeft twee deeltranmissies en twee deelkoppelingen. Beide koppelingen hebben achter zich een eigen ingaande versnellingsas zitten: de eerste koppeling een massieve as voor de oneven versnellingen, de tweede een holle as voor de even versnellingen en de achteruit. Vertrekken in eerste zorgt ervoor dat de tweede versnelling op de holle as al inschakelt. Wanneer het tijd is om te schakelen, opent de eerste koppeling en wordt meteen de tweede koppeling gesloten voor de tweede versnelling. Verdere acceleratie zorgt alvast voor de inschakeling van de drie op de massieve as. Bij remmen wordt opnieuw de één op de massieve as ingeschakeld. Pas bij het openen van de tweede koppeling en sluiten van de eerste, rijdt men in een oneven versnelling.

Bouw

De centrale druktafel in het midden is gelagerd op de holle as. De eerste koppeling zit aan de kant van de motor, op de spiebaan van de massieve as. De koppeling sluit wanneer de drukplaat van de eerste koppeling de koppelingsplaat tegen de centrale druktafel duwt. De diafragmaveer van de eerste koppeling (aan versnellingsbakzijde) bedient de drukplaat via een trekanker. De tweede koppeling met drukplaat, diafragmaveer en koppelingsdeksel, zit aan de versnellingsbakzijde van de centrale drukplaat.

Geen trekkrachtonderbreking

Met een dubbele koppelingsversnellingsbak kan men schakelen zonder krachtonderbreking omdat bij het schakelen niet direct van versnelling wordt gewisseld maar wel van koppeling. De dubbele koppelingstransmissie bestaat dan ook uit twee van elkaar onafhankelijke deeltransmissies die in een transmissiehuis zijn ondergebracht. Elke deeltransmissie is functioneel geconstrueerd als een handgeschakelde transmissie. Hieruit volgt dat aan elke deeltransmissie een eigen koppeling is toegewezen.

Deze koppelingen kunnen, afhankelijk van het motorkoppel en van deinbouwruimte nat of droog geconstrueerd zijn. Tijdens het rijden worden alle schakelmanoeuvres automatisch geregeld. Een controller stuurt de opdrachten door naar een elektrohydraulisch of elektromechanisch actuatorsysteem. De koppelingen en schakelvorken kunnen hierdoor hun werk in een nauwkeurig bepaald tijdvenster uitvoeren. Zo is altijd een deeltransmissie krachtgesloten met de motor verbonden. In de andere deeltransmissie wordt de volgende versnelling voorgeselecteerd, zodat deze alvast klaar staat. Tijdens het rijden worden de koppelingen beurtelings binnen milliseconden bediend.

Warmteproductie

Bij de overlapping zorgt het slippen voor warmteproductie en een kleine verlaging van het motorkoppel in die periode. De normale bedrijfstemperatuur voor een droge dubbele koppeling is 180 à 200 °C. Bij natte dubbele koppelingen voert het oliebad van de transmissie die warmte af, bij droge koppelingen nemen de centrale druktafel en beide drukplaten die warmte op. Warmteopname gaat goed bij droge koppelingen met motoren tot 250 Nm. Sterkere motoren vereisen een vergrote massa van de druktafel en drukplaten.

Zelfstelling

Het diafragma zit niet vast aan het dekselvan de koppeling maar krijgt steun van een sensorveer. Als er wrijvingsmateriaal wegslijt, dan verandert de diafragmahoek en wordt de bedieningskracht groter dan de reactiekracht van de sensorveer. Als gevolg schuift de verstelrichting het kantelpunt van het diafragma in de richting van de druktafel, en gaan bedieningskracht en -slag terug naar hun oude niveau.

Brandstofbesparing

Bij droge dubbele koppelingen vervallen de hydraulische ondesteuningssystemen van de klassieke automatische versnellingsbak. Dat kan - in combinatie met het uitstekende rendement van de droge koppeling - ervoor zorgen dat aanzienlijke brandstofbesparingen worden gerealiseerd tot meer dan 10% t.o.v. de natte koppeling en tot 6% in vergelijking met handgeschakelde transmissies. Bovendien kan de emissie tussen 12 en 18% worden verlaagd in vergelijking met een conventionele automaat.


DIAGNOSE

Slip op de dubbele koppeling kun je merken door vanuit een laag toerental in een hoge versnelling te accelereren (zonder 'kick-down'). Dat kan het eenvoudigst eerst in zesde en dan in zevende versnelling. Hou ondertussen de toerenteller in de gaten: als die 200 rpm of meer heen en weer beweegt, dan is de slijtagegrens bereikt. Een andere boosdoener kan ook een probleem in de elektronische aansturing zijn.


REPARATIEPROCEDURE

Transmissie demonteren

tranmissie demonterenDeze demontage dient te gebeuren in overeenstemming met de richtlijnen van de autofabrikant. De ontluchtingsdoppen van de transmissie en de Mechatronic moeten worden verwijderd en de bijgeleverde afsluitdoppen dienen op die plekken aangebracht te worden.

Koppeling van holle transmissieas trekken

Verwijder de borgring van de bovenste koppelingsplaatnaaf (K1) met behulp van een schroevendraaier. Verwijder daarna borgring en koppelingsplaatnaaf (K1). Met de borgtang verwijder je de borgring uit de holle as. Als de borgring zit vastgeklemd in de groef van de holle as en niet kan worden losgemaakt, kan de koppeling met de speciale tools naar beneden worden gedrukt. Nu kan met behulp van de drie trekhaken het koppelingspakket worden uitgehaald.

Demontage en vervanging

Alle oude onderdelen demonteren en vervangen door de bijgeleverde nieuwe onderdelen.

Druklagers: positie bepalen en vastleggen

druklagersVervolgens moeten de posities van de druklagers worden opgemeten en vastgelegd. Rust daarvoor het grote druklager (voor K1) uit met de dikste stelring. Plaats daarbovenop het gewicht om op die manier de voorgeschreven voorspanning te bereiken. Controleer met de instelmal of die in de borgringgroef op de holle as kan worden geschoven. Indien dat niet lukt: de gemonteerde stelring vervangen door een iets dunner exemplaar en opnieuw proberen. Herhaal de handeling zo vaak tot de instelmal zonder kracht in de borgringgroef kan worden geschoven.

Nieuwe koppeling op holle as drukken

Nu kan het nieuwe koppelingspakket op de holle as geplaatst worden. Draai daarbij lichtjes tot de vertandingen van de koppelingsplaat en de holle as in elkaar passen. Nu kun je de koppeling via het speciale montagegereedschap op de holle as drukken. Het opdrukken is voltooid zodra de borgringgroef volledig te zien is en de benodigde kracht op de spindel merkbaar toeneemt. Monteer de nieuwe borgring op de holle as.

Speling koppelingsplaten controleren

koppelingsplatenDe controle van de speling van beide koppelingsplaten gebeurt met de meetklok. Monteer het statief en de kraagmoer op het koppelingshuis. Zet het meetpunt met voorspanning op de onderste koppelingsplaat en stel de meetklok op nul in. Neem nu met beide trekhaken de onderste koppelingsplaat op, til die tot de aanslag op, en lees de speling op de meetklok af. De speling moet tussen 0,3 en 1 mm liggen. Doe deze meting voor beide koppelingsplaten.

Transmissie monteren

Na voorgaande handelingen kan de transmissie terug in montagepositie worden gebracht. De afsluitdoppen van beide ontluchtingsopeningen mogen eraf en de ontluchtingsdoppen mogen er weer op. Monteer nu de transmissie volgens de voorschriften van de fabrikant.

Basisinstellingen met diagnose

Na montage van koppeling en transmissie moet met behulp van een diagnosesysteem de basisinstelling van de Mechatronic worden uitgevoerd. 

Met dank aan Schaeffler Automotive Aftermarket. Bij LuK kunt u een opleiding volgen om een gecertificeerd monteur te worden: www.repxpert.be