naar top
Menu
Logo Print
01/02/2018 - VALERIE VERKAIN

IS DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE ZWAAR GENOEG OM JE ELEKTRISCHE WAGEN OP TE LADEN?

ZekeringskastDe aansluitcapaciteit

Het beschikbare vermogen van de elektrische installatie waarop het laadpunt is aangesloten, kan een beperkende factor zijn in het laadproces. Soms is de standaardwoningaansluiting niet voldoende om aan de wensen van de gebruiker te voldoen. Daarom is het belangrijk om het vermogen van je elektrische installatie te kennen en, indien nodig, te verzwaren. Er zijn drie verschillende types van aansluitingen op het laagspanningsnet (= niet industrieel):

  • monofasig (2,230 V-net): vermogen (W) = spanning (V) x stroom (A). Een standaardwoningaansluiting heeft typisch een aansluiting van 40 A, dan is het vermogen van deze aansluiting: 230 x 40 = 9.200 W of 9,2 kW. Er is ook een enkelfasige aansluiting van 16 A, 20 A, 25 A, 32 A, 40 A, 50 A en 63 A mogelijk.
  • driefasig (3,230 V-net): vermogen (W) = 1,73 x spanning (V) x stroom (A). Voor de typische 32 A-installatie is het vermogen dus: 1,73 x 230 x 32 = 12.732 W of 12,73 kW. Er zijn ook driefasige aansluitingen van 20 A, 25 A, 32 A, 40 A, 50 A, 63 A, 80 A en 100 A mogelijk.
  • driefasig (3N, 400 V-net): vermogen (W) = 1,73 x spanning (V) x stroom (A). Voor de typische 25 A-installatie is het vermogen dus: 1,73 x 400 x 25 = 17.300 W of 17,3 kW. Er kan echter evengoed een aansluitpunt van 20 A, 25 A, 32 A, 40 A, 50 A, 63 A, 80 A en 100 A worden gerealiseerd.

Pas op met gelijktijdigheid

Aangezien het elektrische voertuig een heuse bijkomende verbruiker is, moet erop gelet worden dat er niet te veel elektriciteitsverbruik is op hetzelfde moment. Bv. een huisaansluiting is monofasig 40 A. Er is een vermogen beschikbaar van 9,2 kW(= 230 V x 40 A). Het voertuig wordt geladen met 10 A. Er blijft tijdens het laden dus 30 A of 6,9 kW over voor de andere elektrische toestellen. Bij gelijktijdig elektrisch verbruik bestaat de kans dat de hoofdautomaat uitschakelt door overstroom. Dat kan o.a. voorkomen worden door:

  • bewust te laden tijdens de nacht (met behulp van een tijdsschakelaar: bv. vanaf 1 uur 's nachts mag het laadpunt vol vermogen laden);
  • een laadpunt met een lager vermogen te voorzien;
  • bewust bepaalde verbruikers niet aan te schakelen;
  • door gebruik te maken van een voorrangsrelais (bv. de verbruikers in de woning hebben voorrang op de laadpaal);
  • een dynamische sturing: de intelligente sturing stuurt een realtime-PWM-signaal (= Pulse-Width Modulation = manier van digitale informatieoverdracht) naar het voertuig. Via dat PWM-signaal wordt een stroomwaarde gecodeerd en weet het voertuig hoeveel stroom het op welk moment maximaal mag vragen aan het laadpunt.