ACEA wil industrieplan fors bijsturen
Autosector vraagt meer realisme en gerichte steun
Hoewel ACEA achter de doelstellingen van de Europese Industrial Accelerator Act (IAA) staat, vraagt de Europese vereniging van autofabrikanten op verschillende punten een grondige bijsturing. Volgens de sectororganisatie moet de wetgeving de Europese productiecapaciteit versterken en de afhankelijkheid van andere regio's voor schone technologieën verminderen, zonder daarbij bestaande investeringen en waardeketens in gevaar te brengen.
Concurrentiekracht onder druk
Volgens ACEA bevindt de Europese automobielindustrie zich momenteel in een bijzonder uitdagende periode. De sector kampt tegelijk met een krimpende Europese markt, stevige internationale concurrentie, geopolitieke onzekerheid, stijgende productiekosten en een steeds zwaardere regeldruk. Tegelijk investeren constructeurs miljarden euro's in de elektrificatie van hun gamma's om aan de Europese klimaatdoelstellingen voor 2030 te voldoen.
"Het risico dat de Europese industriële basis wordt uitgehold, is reëel. Gerichte maatregelen om de eigen productie te ondersteunen zijn daarom gerechtvaardigd. Maar de omvang van de uitdagingen voor onze sector mag niet worden onderschat", zegt Sigrid de Vries, directeur-generaal van ACEA. "Met een aantal gerichte aanpassingen kan de Industrial Accelerator Act uitgroeien tot een echte katalysator voor de Europese industrie. De wet moet wel deel uitmaken van een bredere industriële strategie."
Acht concrete aanbevelingen
In haar position paper schuift ACEA acht aanbevelingen naar voren. Zo vraagt de organisatie dat de voordelen van een "Made in EU"-beleid groot genoeg worden om de hogere productiekosten in Europa te compenseren. Daarnaast wil ACEA dat de berekening van de Europese toegevoegde waarde vertrekt van het volledige voertuig en niet uitsluitend van de afzonderlijke onderdelen, zodat ook de waarde van ontwikkeling, engineering en assemblage wordt meegenomen.
Verder pleit de sector ervoor om het Verenigd Koninkrijk als volwaardige partner binnen het "Made in EU"-kader te blijven beschouwen. Ook bestaande investeringen van Europese constructeurs in Turkije en Marokko moeten volgens ACEA beschermd worden. Daarnaast vraagt de organisatie realistische termijnen voor de lokalisatie van de batterijproductie, een drastische vereenvoudiging van de administratieve rapportering en een aanpak die rekening houdt met de verschillen tussen personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens en bussen.
Breder industriebeleid noodzakelijk
Volgens ACEA zal de Industrial Accelerator Act op zichzelf niet volstaan om de Europese maakindustrie opnieuw competitiever te maken. Ook de hoge energieprijzen, lange vergunningsprocedures, het tekort aan geschoolde arbeidskrachten en de nood aan blijvende investeringen in batterijproductie vragen volgens de organisatie een structurele aanpak. Daarnaast moet de geplande herziening van de Europese typegoedkeuringswetgeving worden aangegrepen om de administratieve lasten voor de sector verder te verminderen.
