Telewerk stabiliseert in België na sterke groei
Een kwart van de werknemers werkt gemiddeld twee dagen thuis
De coronapandemie heeft het telewerk in België structureel veranderd. Zowel het aandeel werknemers dat van thuis uit werkt als het aantal telewerkdagen per week is sinds 2020 sterk gestegen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het Federaal Planbureau (FPB), uitgevoerd in samenwerking met de FOD Mobiliteit en Vervoer. Recente cijfers tonen echter dat die evolutie zich inmiddels stabiliseert, al blijft er nog ruimte voor verdere groei.
Sterke groei sinds 2016
Tussen 2016 en 2025 nam het telewerk in België sterk toe. In 2016 werkte ongeveer 15% van de werknemers gemiddeld 1,4 dag per week van thuis uit. Tegen 2025 is dat aandeel gestegen tot ongeveer 25%, met gemiddeld twee telewerkdagen per week.
De sterkste groei vond plaats tijdens en vlak na de coronacrisis. De afgelopen jaren lijken zowel het aandeel telewerkers als de gemiddelde frequentie van telewerk zich te stabiliseren.
Nog ruimte voor verdere toename
Volgens de onderzoekers is het huidige niveau mogelijk nog niet het eindpunt. Op termijn zou het aandeel telewerkers kunnen stijgen van ongeveer een kwart naar ongeveer een derde van alle werknemers in de publieke en private sector.
Dat potentieel bevindt zich vooral bij werknemers die functies uitoefenen die geschikt zijn voor telewerk en die daar ook interesse in hebben, maar bij hun huidige werkgever nog geen mogelijkheid krijgen om structureel van thuis uit te werken. Toenemende concurrentie op de arbeidsmarkt kan werkgevers ertoe aanzetten meer flexibiliteit toe te laten.
Profiel van de telewerker blijft grotendeels hetzelfde
Ondanks de sterke groei van telewerk is het typische profiel van de telewerker nauwelijks veranderd. Telewerk komt vooral voor bij hoogopgeleide werknemers die actief zijn binnen grote organisaties, zowel in de publieke sector als in grote bedrijven.
Sectoren zoals energie, financiën en zakelijke dienstverlening blijven daarbij het sterkst vertegenwoordigd.
Vooral aanwezig in grote agglomeraties
Telewerk blijkt bovendien sterk geconcentreerd in stedelijke gebieden. Functies die geschikt zijn voor telewerk bevinden zich vaker in grote agglomeraties dan in landelijke regio’s.
Pendeltijd speelt daarbij wel een rol. Werknemers die meer dan 20 km van hun werkplaats wonen, telewerken gemiddeld vaker dan werknemers die dichter bij hun werk wonen. Toch blijft het aandeel telewerkers het grootst in de grote steden, omdat daar meer functies beschikbaar zijn die op afstand kunnen worden uitgevoerd.
Minder woon-werkverkeer, maar meer lokale verplaatsingen
Telewerk vermindert het aantal woon-werkverplaatsingen, maar leidt tegelijk tot meer verplaatsingen voor andere doeleinden.
Het gaat daarbij vooral om lokale verplaatsingen voor aankopen, diensten of vrijetijdsactiviteiten. Die verplaatsingen vinden doorgaans buiten de klassieke spitsuren plaats.
Basis voor verder mobiliteitsonderzoek
De analyse heeft in de eerste plaats tot doel de evolutie van telewerk in België in kaart te brengen. De resultaten zullen onder meer worden gebruikt als input voor het PLANET-model, het transportvraagmodel dat door het Federaal Planbureau wordt gebruikt om mobiliteitsscenario’s voor België te analyseren.
Dat model laat toe om de impact van maatschappelijke evoluties, zoals telewerk, op mobiliteitsvraag en transportstromen op langere termijn te simuleren.