Studie: slechts 38% van Belgen kiest voor elektrisch
Elektrificatie vertraagt, auto blijft onmisbaar
De vijfde Mobiliteitsbarometer van Europ Assistance Belgium bevestigt een trend die zich al enkele jaren aftekent: de Belg staat niet afkerig tegenover duurzame mobiliteit, maar de bereidheid om effectief te veranderen blijft beperkt. Economische onzekerheid, kosten en praktische bezwaren blijven zwaar doorwegen op het mobiliteitsgedrag.

Sinds de eerste editie in 2022 onderzoekt Europ Assistance hoe Belgen kijken naar alternatieve vervoerswijzen en elektrificatie. De editie 2026 toont dat het draagvlak voor duurzame mobiliteit licht afneemt en dat de verwachtingen rond de elektrificatie van het wagenpark steeds verder opschuiven in de tijd.
Elektrische omslag schuift verder op
De overgang naar een volledig elektrische mobiliteit wordt door veel Belgen als weinig realistisch op korte termijn beschouwd. Slechts 19% denkt dat die omschakeling vóór 2035 haalbaar is. Een aanzienlijk deel verwacht dat pas tegen 2040 of later, terwijl 22% ervan overtuigd is dat een volledige elektrificatie er nooit zal komen.
Tegelijk wordt het uitstel van de Europese doelstelling rond 100% elektrische voertuigen door 54% van de Belgen positief onthaald, wat wijst op een zekere opluchting bij de consument.
Ook de aankoopintentie bevestigt die terughoudendheid. Hoewel 38% aangeeft dat de volgende wagen volledig elektrisch zal zijn, blijft een duidelijke meerderheid van 62% trouw aan een verbrandingsmotor of hybride aandrijving. Opvallend is dat Nederlandstaligen zich duidelijk ontvankelijker tonen voor elektrificatie dan Franstaligen.
Wie vandaag al elektrisch rijdt, blijft doorgaans overtuigd: 87% van de EV-rijders wil bij dit type blijven. Bij plug-inhybrides ligt de overstapbereidheid naar volledig elektrisch op 70%. Daartegenover staat dat 71% van de bestuurders van voertuigen met verbrandingsmotor geen interesse heeft in een elektrische volgende wagen.

Financiële drempels blijven doorslaggevend
De belangrijkste hinderpaal voor de overstap naar elektrisch rijden blijft financieel. Zes op de tien Belgen vinden dat de overheid onvoldoende doet om de aankoop te ondersteunen. De vraag naar financiële stimuli is duidelijk aanwezig, zowel in de vorm van aankoopsteun, lagere belastingen als fiscale voordelen.
Daarnaast speelt ook de totale kost een belangrijke rol. Niet alleen de aankoopprijs, maar ook bijkomende investeringen zoals een laadpaal of aanpassingen aan de woning vormen voor 71% van de potentiële kopers een significante drempel.
De laadinfrastructuur blijft een aandachtspunt. Hoewel 43% van de Belgen vaststelt dat het aantal laadpunten is toegenomen, vindt 32% die evolutie nog steeds onvoldoende. Vooral in Vlaanderen wordt de vooruitgang sterker waargenomen.
Tweedehandsmarkt blijft terughoudend voor EV
Opvallend is dat de tweedehandsmarkt nog weinig openstaat voor elektrische voertuigen. Niet minder dan 74% van de Belgen geeft aan geen tweedehands elektrische wagen te willen kopen. Wantrouwen tegenover de batterijtoestand speelt daarbij een belangrijke rol, naast budgettaire beperkingen en een algemene terughoudendheid tegenover tweedehandsaankopen.
Tegelijk groeit het aandeel geëlektrificeerde voertuigen op de tweedehandsmarkt langzaam, wat erop wijst dat deze drempel op termijn geleidelijk kan afnemen.

Auto blijft essentieel in het dagelijks leven
Ondanks de aandacht voor alternatieve mobiliteit blijft de auto centraal staan. Driekwart van de Belgen met een wagen geeft aan niet zonder te kunnen. Ook voor langere verplaatsingen blijft de elektrische wagen voor velen geen evident alternatief: 54% overweegt niet om een lange reis met een EV te maken.
Hoewel 23% aangeeft in 2025 minder met de auto te hebben gereden om financiële redenen, blijft de impact op het algemene gebruik beperkt. Slechts een derde vermindert het gebruik van een wagen met verbrandingsmotor, terwijl zachte mobiliteit slechts bij één op de vijf Belgen terrein wint.
Stedelijke mobiliteit blijft pijnpunt
In stedelijke context blijft mobiliteit een gevoelig thema. Hoewel 52% van de Belgen vindt dat zachte mobiliteit de voorbije jaren is verbeterd, blijft het veiligheidsgevoel laag. Slechts een kleine minderheid voelt zich echt veilig, terwijl een kwart zich expliciet onveilig voelt.
De infrastructuur speelt daarin een cruciale rol. Meer dan de helft van de respondenten vindt dat de huidige inrichting van de wegen onvoldoende veiligheid biedt voor zachte weggebruikers, en 53% beschouwt bepaalde voorzieningen zelfs als gevaarlijk.
Ook de interactie tussen weggebruikers blijft problematisch. Volgens een meerderheid houden gebruikers van zachte mobiliteit onvoldoende rekening met andere weggebruikers, terwijl een aanzienlijk deel dezelfde kritiek uit tegenover automobilisten.
Voor automobilisten zelf blijven klassieke knelpunten domineren, zoals parkeerdruk en congestie. Vier op de tien Belgen verwachten bovendien dat de mobiliteit in steden de komende jaren verder zal verslechteren.
Structurele trends blijven doorwegen
Over de afgelopen vijf jaar tekent zich een duidelijke evolutie af. Het belang dat aan duurzame mobiliteit wordt gehecht neemt licht af, terwijl de afhankelijkheid van de auto net toeneemt. Tegelijk groeien de regionale verschillen, met een grotere terughoudendheid in Wallonië ten opzichte van mobiliteitsbeleid en elektrificatie.
De Mobiliteitsbarometer 2026 bevestigt daarmee dat de transitie naar duurzamere mobiliteit geen lineair traject volgt. De intenties zijn aanwezig, maar botsen nog steeds op economische realiteit, praktische beperkingen en een blijvende gehechtheid aan de auto.
