8 op de 10 werknemers kennen mobiliteitsbudget niet
Werkgevers staan voor grote communicatie-uitdaging richting 2027
Vanaf 1 januari 2027 moeten werkgevers met meer dan 50 medewerkers het federale mobiliteitsbudget aanbieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Drie maanden voor die uitbreiding blijkt de kennis ervan nog bijzonder beperkt. Meer dan acht op de tien werknemers kennen het systeem niet, zo blijkt uit een mobiliteitsonderzoek van Edenred bij ruim 6.000 respondenten.
Ook over de mogelijke financiële gevolgen heerst onzekerheid. Zo denkt 42% dat het mobiliteitsbudget financieel minder interessant zal zijn dan een bedrijfswagen, terwijl ongeveer een derde net het tegenovergestelde verwacht.
TCO vaak onbekend
Een belangrijk element daarbij is de Total Cost of Ownership (TCO), de totale jaarlijkse kost van een bedrijfswagen. Die vormt een belangrijke basis voor het beschikbare mobiliteitsbudget. Toch hebben zeven op de tien werknemers nauwelijks een idee hoeveel hun bedrijfswagen hun werkgever werkelijk kost. De helft vindt dat werkgevers die informatie spontaan zouden moeten delen.
"Wie niet weet wat zijn bedrijfswagen waard is, kan moeilijk beoordelen wat een mobiliteitsbudget voor hem betekent", zegt Patrick Langlois, algemeen directeur Belux bij Edenred. Volgens hem ligt de uitdaging richting 2027 dan ook niet alleen bij de administratieve invoering. Werkgevers zullen hun werknemers duidelijk moeten informeren over hun keuzemogelijkheden, het beschikbare budget en de concrete gevolgen van die keuzes.
Dat blijkt vandaag nog lang niet overal te gebeuren: 73% van de respondenten kreeg van zijn werkgever nog geen uitleg over het federale mobiliteitsbudget of weet niet of zijn werkgever het al aanbiedt.
Bedrijfswagen blijft belangrijk
Het mobiliteitsbudget biedt werknemers de mogelijkheid om hun bedrijfswagen in te ruilen en het beschikbare budget anders over verschillende mobiliteitsoplossingen te verdelen. Onder werknemers die het systeem kennen, zou bijna een derde de bedrijfswagen gewoon behouden. Een kwart zou voor het geld kiezen in plaats van de wagen, terwijl ongeveer één op de zes een kleinere bedrijfswagen zou combineren met het resterende budget.
Ook de redenen om van de bedrijfswagen af te stappen, lopen uiteen. Van de werknemers die hun wagen zouden inruilen, doet 54% dat vooral om het vrijgekomen budget anders te besteden. Voor 23% is duurzamere mobiliteit de belangrijkste motivatie, terwijl 14% aangeeft de wagen eigenlijk niet nodig te hebben.
Volgens Edenred onderstrepen die cijfers dat de mobiliteitsbehoeften sterk verschillen. Naast de bedrijfswagen kunnen onder meer de fiets, het openbaar vervoer en andere oplossingen binnen het mobiliteitsbudget een rol spelen.
Ook uitdaging voor hr
De uitbreiding van het federale mobiliteitsbudget brengt niet alleen voor werknemers veranderingen mee. Ook werkgevers en hr-diensten moeten zich voorbereiden. Het beheer van bedrijfsmobiliteit verloopt volgens Edenred vandaag vaak via verschillende tools, apps en platformen.
Dat kan leiden tot manuele controles en validaties, extra complexiteit bij de loonverwerking en een versnipperd aanbod van mobiliteitsdiensten. Tegelijk kan het moeilijker zijn om een volledig zicht te krijgen op de mobiliteitskosten en mogelijke optimalisaties.
Edenred lanceerde daarom deze zomer een geïntegreerde oplossing waarmee het mobiliteitsbeheer op één platform kan worden gecentraliseerd en geautomatiseerd. Volgens het bedrijf vormt de uitbreiding in 2027 voor werkgevers een aanleiding om niet alleen het bedrijfswagenbeleid, maar het volledige mobiliteitsbeleid opnieuw te bekijken.