Automotive TechDays zetten techniek centraal
Diagnose, EV's en netwerktechniek bepalen het nieuwe vakmanschap
De allereerste editie van de Automotive TechDays zette direct de toon als een puur kennisevenement voor en door vakmensen. Met twee dagen lang de focus op complexe diagnosestrategieën en de transitie naar EV, dompelden de bezoekers zich echt onder in de techniek. Het event liet zien dat passie voor het vak en het delen van diepgaande kennis centraal staan. Ondanks dat het voor hen een flink eind rijden was, wist deze eerste editie toch een behoorlijk aantal Belgische technici te trekken.
Diepgaande diagnose in de praktijk
Voor de diagnosespecialist die dagelijks geconfronteerd wordt met complexe storingen, bood het programma dit jaar een ongekende diepgang via workshops en intensieve 'deep dives' van soms wel drie uur. De focus lag niet zozeer op basissymptomen, maar op het overzien van het complete voertuig, waarbij verschillende systemen continu invloed op elkaar uitoefenen.
Wie zich inschreef, kreeg de mogelijkheid zijn eigen programma samen te stellen, op basis van interesses en persoonlijke voorkeuren. Alle sessies meevolgen ging sowieso niet. Het leven bestaat uit keuzes maken, en dat gold zeker hier; het feit dat je door het enorme en gelijktijdige aanbod simpelweg niet alles kon meevolgen, was misschien wel het grootste luxeprobleem – of het 'minste punt' – van de TechDays. Gelukkig heeft de organisatie hierin voorzien: als waardevolle compensatie zijn de presentaties en lesmaterialen na afloop online beschikbaar gesteld voor de deelnemers, zodat je de gemiste sessies alsnog op je eigen tempo kunt doornemen.
Het overgrote deel van het programma blonk uit in onafhankelijke en sterke technische trainingen die direct toepasbaar waren in de werkplaats. Toch is het bij een evenement van deze omvang, dat zo sterk inzet op specialisatie, een kunst op zich om de balans tussen theoretische diepgang en de dagelijkse werkplaatspraktijk overal perfect te bewaken. Waar de focus een enkele keer zó specialistisch werd dat de directe link met de werkvloer wat naar de achtergrond verschoof, of een presentatie iets sterker leunde op een specifiek product, bleek dat achteraf vooral een waardevol leermoment voor een volgende editie. Gelukkig bleven dit soort momenten beperkt tot een zeldzame uitzondering op een verder ijzersterk en solide programma.
De moderne diagnosetechnicus moet vandaag mechanica, software én netwerken tegelijk beheersen
In de praktijk viel het programma dit jaar mooi samen te vatten in drie grote technische thema's, gericht op de meest complexe vraagstukken in de werkplaats.
Focus op EV- & hybridetechniek
Diagnose aan geëlektrificeerde voertuigen draait allang niet meer alleen om het accupakket, maar om het samenspel tussen specialistische randcomponenten. Zo werd er dieper ingezoomd op onderdelen zoals de onboard charger (belicht door ACTRONICS), met specifieke aandacht voor storingen waaronder vermogensverlies en onderbroken laadsessies.
Daarnaast bracht Danny Versluis (beter bekend van zijn eigen YouTube-diagnosekanaal Diagnose Dan) de complexe logica van moderne warmtepompsystemen in kaart. Het systematisch ontleden van een compleet EV-warmtepompsysteem maakte één ding duidelijk: zonder diepgaande systeemkennis loop je vast. Fouten in dit complexe thermomanagement hebben immers direct gevolgen voor zowel het interieurcomfort als de actieradius van het voertuig. Dergelijke systemen zitten immers vol ventielen, leidingen en diverse kringen die – afhankelijk van de koel- of verwarmingsvraag – telkens in een andere richting of configuratie werken.
Dat een laadstoring niet per se in de auto hoeft te zitten, werd gedemonstreerd door Leander Engelbertink (van Future of Mobility), waarin werd getoond hoe je laadproblemen aan de infrastructuurzijde buiten het voertuig, systematisch kunt uitsluiten. Wat betreft de HV-batterijstatus werd door DEKRA de State of Health (SoH) behandeld, waarbij gekeken werd naar de betrouwbaarheid van de huidige meetmethodes. Verder zorgde Autoniveau voor de aansluiting met de dagelijkse praktijk via een workshop vol herkenbare cases, zoals voertuigen die weigerden op "READY" te gaan of laadstoringen gaven zonder foutcodes.
Geavanceerde datanetwerken, kalibratie en diagnosestrategie
Moderne auto's zitten vol regeleenheden die continu met elkaar in verbinding staan. Tijdens deze sessie leerden technici de logica achter deze netwerken te doorgronden, om zo sneller en efficiënter storingen te lokaliseren.
De basis van netwerkdiagnose werd uitgebreid belicht tijdens een intensieve deep dive van Steve Smith (Pico Technology). Hierin werd gedetailleerd ingegaan op het fysiek meten met de oscilloscoop aan netwerken zoals CAN, LIN, FlexRay en Automotive Ethernet. De nadruk lag op het diagnosticeren van netwerkstoringen en signaalvervormingen, een thema dat in een volgend artikel nog uitgebreid aan bod zal komen. Ondanks de ruim drie uur durende sessie (inclusief een korte pauze) bleek de tijd nog te kort om alle geplande onderwerpen volledig uit te diepen. Toch was de hoeveelheid informatie voor de meesten al meer dan voldoende. Na zo'n intensieve ochtend zat het hoofd van menig deelnemer halverwege de dag behoorlijk vol.
Als tegenhanger werd de seriële benadering via Jifeline Remote Diagnostics behandeld, waarmee een inkijk werd gegeven in hun specialisme: het op afstand coderen, programmeren en diagnosticeren van voertuigen. De sessie zoomde in op de manier waarop zij bestaande communicatieprotocollen tussen de tester en de regeleenheden (ECU's) benutten om data op afstand uit te wisselen. Aan de hand van een aantal praktijkschermen en gerichte voorbeelden werd getoond hoe deze data-uitwisseling onderhuids verloopt tijdens een diagnosesessie. Omdat dit niveau van softwarecommunicatie minder tastbaar is dan het werken met fysieke meetsignalen, was dit voor sommigen een pittige, maar wel een verhelderende blik achter de schermen van remote diagnostics.
Om te voorkomen dat je bij complexe storingen in de 'vervang-de-onderdelen-gok' schiet, presenteerde James Dillon een universeel stappenplan. Hij benadrukte daarbij de essentie van het vak: de klant betaalt je niet voor het lukraak wisselen van componenten, maar voor goede metingen. De insteek is simpel: je blijft meten totdat je een afwijkende waarde vindt – dát is waar de diagnose eindigt en de reparatie begint. De methode volgt een vaste routine: eerst de klacht controleren en foutcodes uitlezen. Vervolgens zet je de meest waarschijnlijke oorzaken op een rij. De truc is om niet meteen te zoeken naar wat er stuk is, maar via die lijst stap voor stap te bewijzen welke onderdelen wél goed werken. Is de eerste, meest logische meting goed? Dan streep je die af en ga je door naar de volgende op de lijst. De echte fout blijft zo onderaan de streep vanzelf over. Met deze vaste werkwijze vind je storingen veel sneller en voorkom je onnodig urenverlies in de werkplaats.
Niet onderdelen vervangen, maar systematisch meten: dát maakt vandaag het verschil bij diagnose
De noodzaak van zo'n gestructureerde aanpak werd direct duidelijk in de sessies over moderne randapparatuur en rijhulpsystemen. Clever DiagnostiX liet aan de hand van een demonstratievoertuig zien waarmee een technicus exact rekening moet houden bij een ADAS-afstelling en waarom kalibraties in de praktijk vaak falen. De nadruk lag hierbij op de kritieke randvoorwaarden, zoals een afwijkende voertuiguitlijning of een foutieve montage van de bumper of radarsteun. Het bleek een dynamische sessie te zijn met veel interactie en gerichte vragen vanuit het publiek, wat aangaf hoe breed dit onderwerp leeft in de werkplaats.

Een vergelijkbare complexiteit kwam naar voren bij de training over matrix- & ledverlichting door Hella Gutmann. Moderne koplampen zijn tegenwoordig actieve componenten die via het voertuignetwerk nauw samenwerken met systemen zoals camera's en stuurhoeksensoren. De sessie maakte duidelijk dat traditionele afstelapparaten uit de vorige eeuw niet langer volstaan. De huidige lichttechniek vereist geavanceerde, digitale toestellen om complexe matrix-lichtbeelden correct te interpreteren. Dit vraagt om een samenspel waarbij een diagnosetester de lamp eerst softwarematig in de juiste afstelmodus zet, waarna de technicus fysiek aan de slag moet. Dat laatste is in de praktijk – door de vaak slechte bereikbaarheid van de afstelschroeven – al een uitdaging op zich. Toch is uiterste nauwkeurigheid geboden: door de enorme lichtopbrengst zorgt de kleinste afwijking direct voor hinderlijke verblinding in het verkeer. Daarnaast zijn deze moderne led- en matrix-koplampen door de complexe technologie vele malen duurder dan de oude units. Bij een aanrijding ben je daardoor meteen een klein fortuin kwijt aan een nieuwe unit.
Emissie en uitlaatgasnabehandeling
Ondanks de toenemende focus op elektrificatie, bepalen verbrandingsmotoren en hybrides nog altijd het grootste deel van de omzet in de werkplaats. Er werd dan ook praktisch ingezoomd op de Euro 6-problematiek. AdBlue-installaties en NOx-sensoren zijn immers een constante bron van complexe storingen die na een reparatie vaak net zo hard weer terugkomen.
In een ruim drie uur durende deep dive, gebracht door James Dillon, lag de focus op de NOx-ontwikkeling bij diesels en EGR-toepassingen, waarbij de wisselwerking tussen de luchtmassameter (MAF) en de EGR-klep uitgebreid aan bod kwam. Aan de hand van tabellen, grafieken, eierdiagrammen en daadwerkelijke meetwaarden uit de diagnosetester werd gedemonstreerd hoe nauw deze parameters met elkaar samenhangen. Dit hielp om de systeemlogica beter te doorgronden en te controleren of het SCR-systeem daadwerkelijk naar behoren functioneert, zodat de technicus leert verder te kijken dan alleen de foutcodes.

Bijblijven is een must
De TechDays lieten zien hoe hard de autotechniek evolueert. Dat vraagt niet alleen om de juiste apparatuur, maar ook om een nuchtere kijk op scholing. Waar het voor de werkgever vooral een kwestie is van beseffen dat opleidingen simpelweg nodig zijn, ligt de uitdaging voor de technicus op de werkvloer zelf. Om al die nieuwe technieken écht in de vingers te krijgen en te beheersen, zijn een gezonde dosis interesse, eigen inzet en de bereidheid om te blijven leren onmisbaar.
Eigenlijk kun je de moderne diagnosespecialist vergelijken met een dokter. Als je met een vage klacht naar de dokter gaat, stuurt die je vervolgens naar een specialist, die je op zijn beurt eventueel weer doorverwijst naar een subspecialist. Elke stap, elke scan en elke consultatie kost geld, en dat vindt iedereen volstrekt normaal. Een diagnosetechnicus daarentegen moet dat állemaal in zijn eentje kunnen en kennen: van mechanica en vloeistofdynamica tot complexe netwerkarchitecturen. Hij moet de diagnose stellen én het probleem tackelen. En het mag liefst niet te veel kosten. Toch is de waardering voor die technicus – zeker bij het grote publiek – en de bijbehorende verdienste nog altijd van een heel andere orde dan bij die dokter. Juist omdat het vak zo complex is geworden, is het aan de sector en de werkgevers om die waardering, de juiste scholing en de verdiensten naar een hoger niveau te tillen. Alleen zo kan de sector de huidige uitstroom van technisch talent een halt toeroepen.
Complexere voertuigen vragen niet alleen betere apparatuur, maar vooral beter opgeleide technici
En dat is waar evenementen zoals de TechDays een rol spelen. Het biedt een platform om dat technische niveau hoog te houden, kennis te delen en te netwerken. Want uiteindelijk draait alles om verbinding: tussen de systemen in de auto én tussen vakmensen onderling.