55-plussers mijden openbaar vervoer
Werkgevers verhogen steun voor woon-werkverkeer
Uit recent onderzoek van SD Worx blijkt dat het vertrouwen in openbaar vervoer voor woon-werkverkeer in België onder druk staat, vooral bij oudere werknemers. Tegelijk tonen cijfers van het sociaal secretariaat een duidelijke evolutie in de andere richting: steeds meer werkgevers dragen financieel bij aan het gebruik ervan. Die combinatie onderstreept de spanningslijn tussen perceptie en beleid binnen duurzame mobiliteit.
België hinkt achterop in Europa
Belgische werknemers zijn minder tevreden over hun mogelijkheden om zich naar het werk te verplaatsen dan hun Europese collega’s. Waar gemiddeld 53% van de werknemers in Europa aangeeft over voldoende opties te beschikken, ligt dat aandeel in België op 46%. Daarmee blijft België achter op onder meer Nederland (70%), het Verenigd Koninkrijk en Roemenië (61%) en Polen (60%). Italië sluit de rij met 33%.
Ook het aandeel werknemers dat aangeeft onvoldoende mobiliteitsopties te hebben, ligt in België hoger dan gemiddeld. Met 29% zit België boven het Europese gemiddelde van 25%, wat wijst op structurele beperkingen in het aanbod of de bereikbaarheid.
Vertrouwen blijft grootste knelpunt
Het vertrouwen in het openbaar vervoer vormt het belangrijkste obstakel. Slechts 27% van de Belgische werknemers beschouwt het als een betrouwbaar alternatief voor het woon-werkverkeer. Daarmee staat België onderaan de Europese ranglijst.
Daarnaast geeft 49% van de werknemers aan dat openbaar vervoer niet betrouwbaar of niet gebruiksvriendelijk is. Enkel in Slovenië en Finland ligt dat aandeel nog hoger. Het gebrek aan betrouwbaarheid en gebruiksgemak blijft dus een fundamenteel probleem.
Leeftijd beïnvloedt mobiliteitskeuze
De analyse toont dat leeftijd een duidelijke impact heeft op de perceptie van openbaar vervoer. Werknemers van 55 jaar en ouder ervaren het systeem significant minder als een haalbaar alternatief.
Bij deze groep geeft 59% aan dat openbaar vervoer geen gemakkelijke, betrouwbare of toegankelijke optie is. Bij werknemers jonger dan 35 jaar ligt dat aandeel op 44%, terwijl de groep tussen 35 en 54 jaar uitkomt op 48%. De cijfers wijzen op een duidelijke kloof tussen generaties.
Meer steun van werkgevers
Tegenover die kritische houding staat een stijgende betrokkenheid van werkgevers. In 2025 ontvangt gemiddeld 8,6% van de werknemers in de privésector een tussenkomst in de kosten van openbaar vervoer. Dat gebeurt onder meer via abonnementen voor trein, tram, bus of metro.
De regionale verschillen zijn uitgesproken. In Brussel krijgt 32,7% van de werknemers een tussenkomst, wat wijst op een sterke verankering van openbaar vervoer in het stedelijk mobiliteitsbeleid. In Vlaanderen en Wallonië ligt dat aandeel aanzienlijk lager.
Duidelijke groei sinds 2020
De trend over meerdere jaren bevestigt een stijgende lijn. In 2020 kreeg 6,6% van de werknemers een tussenkomst, tegenover 8,6% in 2025. Dat komt neer op een relatieve stijging van 29%.
Ook regionaal zijn er verschillen in groeiritme. In Vlaanderen stijgt het aandeel van 4,1% naar 5,5%, wat overeenkomt met een groei van 32%. In Wallonië gaat het van 4,5% naar 5,1%, goed voor een stijging van 13%. Brussel noteert een groei van 28,9% naar 32,7%.
Werkgevers versterken mobiliteitsbeleid
Niet alleen het aantal werknemers met een tussenkomst stijgt, ook het aantal werkgevers dat die ondersteuning aanbiedt neemt toe. In 2020 bood 14,1% van de werkgevers een tussenkomst, tegenover 20,0% in 2025. Dat betekent dat vandaag één op vijf werkgevers financieel bijdraagt aan het gebruik van openbaar vervoer.
De gemiddelde jaarlijkse tussenkomst bedraagt ongeveer € 470, gebaseerd op mediaanwaarden. Daarmee positioneren werkgevers zich steeds nadrukkelijker als actor binnen het mobiliteitsbeleid, met een focus op duurzamere verplaatsingen.
