
Vooral 55-plussers zien openbaar vervoer minder zitten voor woon-werktraject
Op International Public Transport Day wijst nieuw onderzoek van SD Worx (april 2026) uit dat Belgische werknemers, en vooral 55-plussers, weinig vertrouwen hebben in het openbaar vervoer als alternatief voor het dagelijkse woon-werkverkeer. Tegelijk groeit de financiële tussenkomst van werkgevers voor trein, metro, tram en bus sinds 2020 duidelijk.
België hinkt achterop in Europa
Waar in Europa gemiddeld 53% van de werknemers vindt dat ze voldoende opties hebben om op het werk te geraken, blijft België steken op 46%. Dat is merkelijk lager dan in Nederland (70%), het Verenigd Koninkrijk en Roemenië (beiden 61%) en Polen (60%). Enkel Italië scoort zwakker met 33%. Bovendien geeft 29% van de Belgische werknemers aan onvoldoende woon-werkopties te hebben, tegenover 25% gemiddeld in Europa.
Betrouwbaarheid blijft grootste struikelblok
Slechts 27% van de Belgen beschouwt het openbaar vervoer als een betrouwbaar alternatief voor het woon-werktraject. Bijna de helft (49%) vindt het openbaar vervoer niet betrouwbaar of niet gebruiksvriendelijk. Alleen in Slovenië (52%) en Finland (51%) liggen die percepties nog negatiever.
Hoe ouder, hoe minder aantrekkelijk
Leeftijd speelt een opvallende rol in de beoordeling van openbaar vervoer. Werknemers van 55 jaar en ouder ervaren het minst gebruiksgemak: 59% van hen vindt de opties voor woon-werkverkeer met openbaar vervoer niet handig, niet betrouwbaar of moeilijk bereikbaar. Bij 35- tot 54-jarigen is dat 48%, bij werknemers jonger dan 35 jaar 44%.
Meer werkgevers betalen mee
Uit de loondata-analyse van SD Worx blijkt dat 8,6% van de werknemers in de Belgische privésector in 2025 een tussenkomst voor openbaar vervoer ontvangt. In Brussel ligt dat aandeel traditioneel veel hoger: 32,7% van de werknemers krijgt er steun voor trein of MIVB/metro-tram-bus. Op de wensenlijst van werknemers zet 14% in 2026 een tussenkomst voor openbaar vervoer, iets onder het Europese gemiddelde (16%).
De financiële steun neemt al enkele jaren toe. In 2020 kreeg 6,6% van de werknemers een tussenkomst; in 2025 is dat 8,6% (+29% relatief). Regionaal tekent zich eveneens groei af: in Brussel van 28,9% naar 32,7% (+13%), in Vlaanderen van 4,1% naar 5,5% (+32%) en in Wallonië van 4,5% naar 5,1% (+13%). Ook het aantal werkgevers dat bijdraagt, stijgt: van 14,1% in 2020 naar 20,0% in 2025 (1 op 5). De mediane jaarlijkse bijdrage bedraagt 470 euro.
Methode en bron
De bevindingen over percepties en voorkeuren zijn gebaseerd op de SD Worx HR & Payroll Pulse 2026, een online bevraging bij 16.500 werknemers in 16 Europese landen, waaronder meer dan 1.000 Belgische respondenten. De Belgische foutenmarge bedraagt 3,02% (95% betrouwbaarheidsinterval). Cijfers over tussenkomsten in openbaar vervoer komen uit geanonimiseerde loondata van circa 37.000 Belgische werkgevers en 1,2 miljoen werknemers in de privésector, met gegevens tot en met eind maart 2026.
