Multimodale mobiliteit wint terrein in België
Touring vraagt eenvoudigere overstappen tussen vervoermiddelen
De Belg combineert steeds vaker verschillende vervoermiddelen, maar de auto blijft goed voor 60% van de verplaatsingen en 78% van de afgelegde kilometers. In het woon-werkverkeer daalt het aandeel van de auto met één inzittende, terwijl de fiets terrein wint. Volgens Touring kan multimodale mobiliteit pas echt doorbreken wanneer dienstregelingen, informatie, tickets, parkings en deelmobiliteit beter op elkaar aansluiten.
Openbaar vervoer, fiets, carpooling en P+R-parkings bieden steeds meer mogelijkheden om verschillende vervoermiddelen binnen één traject te combineren. De recentste mobiliteitscijfers wijzen op een geleidelijke verschuiving, maar volgens Touring moet multimodale mobiliteit vooral eenvoudiger, betrouwbaarder en aantrekkelijker worden voor de gebruiker.
Dat is des te belangrijker omdat Belgische werknemers gemiddeld 61 minuten per dag aan hun woon-werkverplaatsingen besteden. Dat bleek eerder deze maand uit een Europese studie van hr-dienstverlener SD Worx.
Auto blijft het belangrijkste vervoermiddel
Uit de recentste Federale Mobiliteitsenquête blijkt dat de auto het belangrijkste vervoermiddel blijft voor 60% van de verplaatsingen vanuit de woonplaats. De wagen vertegenwoordigt bovendien 78% van alle afgelegde kilometers in België.
Het openbaar vervoer is goed voor 13% van de afgelegde afstand. Wandelen en fietsen vertegenwoordigen samen 8%. De cijfers tonen volgens Touring dat alternatieven aan belang winnen, maar dat de auto nog steeds een centrale plaats inneemt in de dagelijkse mobiliteit.
Fiets wint bij woon-werkverkeer
Bij de woon-werkverplaatsingen is de verschuiving duidelijker zichtbaar. Het aandeel van de auto met één inzittende daalde van 64,6% in 2021 naar 61,4% in 2024. Tijdens dezelfde periode steeg het aandeel van de fiets van 14,1 naar 16,5%. De trein vertegenwoordigt 10,1% van de woon-werkverplaatsingen.
"Deze resultaten tonen aan dat verplaatsingsgewoonten kunnen veranderen wanneer er geloofwaardige alternatieven beschikbaar zijn. Maar de mogelijkheden zijn niet dezelfde voor iemand die vlak bij een station of metrolijn woont als voor iemand op het platteland. Een goed mobiliteitsbeleid moet met die realiteit rekening houden", stelt Touring.
De cijfers komen uit de recentste federale enquête over het woon-werkverkeer. Die werd in maart 2026 gepubliceerd en heeft betrekking op de periode 2024-2025.
Auto als onderdeel van het traject
Duurzame mobiliteit mag volgens Touring niet worden herleid tot een tegenstelling tussen de auto en alternatieve vervoermiddelen. De wagen kan ook de eerste of laatste schakel vormen van een multimodale verplaatsing, bijvoorbeeld voor het traject tussen de woonplaats en een station of P+R-parking.
P+R- en carpoolparkings kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Ze moeten dan wel gemakkelijk bereikbaar zijn en aansluiten op frequent en betrouwbaar openbaar vervoer met een competitieve reistijd.
Carpooling blijft voorlopig een beperkt aandeel van het woon-werkverkeer vertegenwoordigen. In 2024 was het goed voor 1,7% van de verplaatsingen, tegenover 1,8% in 2021.
Overstappen moet eenvoudiger worden
"Vragen dat burgers van vervoermiddel veranderen, volstaat niet. Het alternatief moet werkelijk interessant zijn. Als een overstap op een P+R-parking betekent dat men lang op een aansluiting moet wachten, verschillende tickets moet kopen of meerdere apps moet gebruiken, rijdt de automobilist logischerwijs door tot zijn bestemming", aldus Touring.
De organisatie pleit daarom voor een betere integratie van dienstregelingen, realtime-informatie, parkings, openbaar vervoer en gedeelde mobiliteitsoplossingen. De volledige verplaatsing van deur tot deur moet centraal staan, niet elk vervoermiddel afzonderlijk.
Ook geïntegreerde informatie en eenvoudige betaalmogelijkheden zijn daarbij belangrijk. Reizigers moeten vooraf kunnen vergelijken welke combinatie van vervoermiddelen voor een bepaalde verplaatsing het snelst of efficiëntst is.
Keuzevrijheid als uitgangspunt
België evolueert volgens Touring in de goede richting. Het individuele autogebruik neemt af bij het woon-werkverkeer en de fiets wint duidelijk terrein. Omdat nog altijd 78% van alle kilometers met de auto wordt afgelegd, blijft de overgang naar meer multimodale mobiliteit evenwel een werk van lange adem.
De doelstelling moet zijn dat iedereen voor iedere verplaatsing het meest efficiënte vervoermiddel kan kiezen of verschillende vervoermiddelen gemakkelijk kan combineren. Daarbij moet rekening worden gehouden met de sterk uiteenlopende mobiliteitsmogelijkheden in stedelijke, randstedelijke en landelijke gebieden.
Bronnen: FOD Mobiliteit en Vervoer, Federale Mobiliteitsenquête in België, uitgevoerd van september 2024 tot september 2025 en geactualiseerd in mei 2026; Federale enquête woon-werkverkeer 2024-2025, gepubliceerd in maart 2026; SD Worx, Europese studie over woon-werkverplaatsingen, 2 september 2026.