ACEA vraagt sterker EU-beleid voor automobielindustrie
Constructeurs willen meer flexibiliteit in CO2-regels en EV-doelstellingen
De Europese automobielindustrie vraagt bijkomende aanpassingen aan het Europese regelgevend kader voor voertuigen. Tijdens een vergadering van de ACEA Light-Duty Vehicle Board bespraken de grote constructeurs de voorwaarden die volgens hen noodzakelijk zijn om de concurrentiekracht van de Europese automobielindustrie te behouden.

Volgens de sector staat Europa onder druk door toenemende internationale concurrentie, kwetsbare toeleveringsketens en een groeiend protectionisme. Constructeurs vrezen dat de combinatie van ambitieuze klimaatdoelstellingen en een zwakke marktvraag naar elektrische voertuigen de investeringspositie van Europa kan ondermijnen.
Druk van de CO2-doelstellingen tegen 2030
Volgens ACEA vormt de Europese doelstelling voor 2030 een bijzonder grote uitdaging voor constructeurs. Indien de verkoop van batterij-elektrische voertuigen in de Europese Unie niet binnen vier jaar verdrievoudigt, riskeren fabrikanten aanzienlijke boetes wegens het niet halen van de opgelegde CO2-normen.
Om dat risico te beperken pleit de sector voor meer flexibiliteit in het huidige systeem. Zo vragen de constructeurs dat de periode waarin emissies gemiddeld kunnen worden berekend wordt verlengd van drie naar vijf jaar, meer bepaald van 2028 tot 2032. Daarnaast vragen ze dat bijkomende flexibiliteitsmechanismen worden ingevoerd om de naleving van de normen haalbaarder te maken.
Bestelwagenmarkt blijft achter
Ook de markt voor lichte bedrijfsvoertuigen baart de sector zorgen. Volgens ACEA bevindt deze zich momenteel in een bijzonder kwetsbare situatie. Niet alleen zijn de totale verkoopvolumes gedaald, ook het aandeel elektrische en plug-inhybridebestelwagens blijft beperkt.
Samen vertegenwoordigen batterij-elektrische en plug-inhybridebestelwagens momenteel nauwelijks meer dan 10% van alle nieuwe inschrijvingen. Volgens de sector maakt dat het bijzonder moeilijk om de huidige emissiedoelstellingen te halen.
ACEA pleit daarom voor aangepaste doelstellingen voor bestelwagens, met een CO2-reductie van 35% tegen 2030 en 80% tegen 2035, gecombineerd met flexibelere regels voor de berekening van de emissies.
Discussie over emissiedoelstelling voor 2035
Ook de geplande emissiedoelstelling voor 2035 blijft volgens de sector problematisch. In het huidige voorstel blijft een emissiereductie van 100% de norm om boetes te vermijden, zelfs wanneer compensatiemechanismen zoals kredieten voor koolstofarm staal of hernieuwbare brandstoffen worden toegepast.
Volgens de constructeurs is dit in de praktijk moeilijk haalbaar. De sector pleit ervoor om de drempel voor naleving te verlagen tot 90% emissiereductie en tegelijk de compensatiemechanismen beter werkbaar te maken.
Vraag naar meer stimulansen voor de markt
Volgens ACEA kunnen de huidige klimaatdoelstellingen alleen worden gehaald als de vraag naar emissievrije voertuigen aanzienlijk toeneemt. Dat vereist volgens de sector een coherente Europese aanpak die de markt voor elektrische voertuigen daadwerkelijk stimuleert.
In dat verband verwijzen de constructeurs onder meer naar het voorstel rond Clean Corporate Vehicles. Hoewel dit initiatief bedoeld is om de elektrificatie van bedrijfswagenvloten te versnellen, vreest de sector dat het huidige voorstel te sterk inzet op verplichtingen en te weinig op stimulansen.
Volgens ACEA kan een beleid dat voornamelijk op mandaten steunt de effectiviteit van de maatregel ondermijnen.
Kritische blik op nieuwe Europese industriepolitiek
De automobielindustrie verwelkomt het Europese initiatief om regelgeving te vereenvoudigen, maar benadrukt dat verdere stappen nodig zijn. Volgens ACEA zal de sector ook zelf bijkomende voorstellen formuleren om de administratieve lasten te verminderen.
Daarnaast volgt de sector ook de recente voorstellen rond de Industrial Accelerator Act nauwgezet. Volgens ACEA zal vooral moeten blijken of deze maatregelen de Europese industriële veerkracht daadwerkelijk versterken of eerder nieuwe kosten en complexiteit creëren voor constructeurs.
Indien dat laatste het geval zou zijn, vreest de sector dat de maatregelen onbedoeld kunnen leiden tot hogere voertuigprijzen en een krimp van de Europese automarkt.
