Eigen wagen blijft dominant voor woon‑werkverkeer
Bijna de helft van de werknemers krijgt een vergoeding
Bijna één op twee werknemers in de Belgische privésector krijgt vandaag al een werkgeverstussenkomst voor woon-werkverkeer met de eigen wagen. Dat blijkt uit een analyse van SD Worx op basis van reële loondata van meer dan 37.000 werkgevers en 1,2 miljoen werknemers. De vergoeding is sectoraal of op ondernemingsniveau vastgelegd en verschilt sterk naargelang regio, statuut en sector. De cijfers tonen het bereik van de recente federale steunmaatregelen en hoe werkgevers mobiliteitskosten compenseren, in een context van stijgende brandstofprijzen.
Woon-werkverkeer met de eigen wagen: breed ingeburgerd
Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx: “De eigen wagen blijft het dominante vervoermiddel in België (55%), iets onder het Europese gemiddelde (59%). Gemiddeld krijgt bijna één op de twee Belgische werknemers al een tegemoetkoming van de werkgever, al is dat sterk sector- en regioafhankelijk. De afspraken worden gemaakt op het niveau van het paritair comité of op bedrijfsniveau, vaak in combinatie met andere vergoedingen voor mobiliteit, zoals een fietsvergoeding. Het mediane bedrag ligt op 330 euro per jaar: de helft krijgt meer, de helft minder.”
In 2025 kreeg 44% van de Belgische werknemers in de privésector een vergoeding voor woon-werkverplaatsingen met de eigen wagen. Dat is duidelijk vaker het geval bij arbeiders (54%) dan bij bedienden (38%), wat sterk samenhangt met sectorafspraken en het type verplaatsingen dat werknemers maken. Arbeiders krijgen door de band genomen een hoger bedrag: de mediaanvergoeding bij arbeiders ligt op bijna 400 euro (398 euro) en bij bedienden op bijna 300 euro per jaar (294 euro).
Ook regionaal zijn de verschillen uitgesproken. In Wallonië krijgt 58% van de werknemers een vergoeding, tegenover 44% in Vlaanderen en slechts 23% in Brussel, waar het openbaar vervoer vaker wordt gebruikt. Ook de mediaanvergoeding voor woon-werkverkeer met de eigen wagen verschilt per regio. In Wallonië en Brussel is het hoger dan in Vlaanderen.
- Vlaanderen: 302 euro
- Brussel: 324 euro
- Wallonië: 420 euro
Sterke verschillen tussen sectoren
Bijna één op de twee werknemers ontvangt een terugbetaling voor woon-werkverkeer met de privéwagen, maar de verschillen tussen de sectoren zijn groot. In de industrie ontvangt bijvoorbeeld zeven op de tien werknemers zo'n terugbetaling, tegenover slechts één op twaalf werknemers (8%) in de sector informatie en communicatie.
Met absolute cijfers behelzen vijf sectoren samen 80% van alle terugbetalingen:
- Industrie – 24%
- Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening – 24%
- Groot- en kleinhandel – 17%
- Transport en opslag – 9%
- Administratieve diensten – 8%
Het is interessant om te vergelijken tussen sectoren:
Tijdelijke steun
“De steunmaatregelen voor woon-werkverkeer zijn voornamelijk bedoeld voor werknemers die zelf naar het werk rijden en de brandstofkosten voor hun eigen rekening nemen. Ook werknemers die zelf de brandstof betalen van een bedrijfswagen, komen in aanmerking. Brandstofkosten worden ruim geïnterpreteerd, elektrische auto's komen dus ook in aanmerking. De steunmaatregelen gelden vanaf 1 mei tot eind juli, daarna worden ze geëvalueerd”, duidt Veerle Michiels.
“Concreet: werkgevers die al een vergoeding uitbetalen, kunnen deze verhogen met maximaal 20%, tot een maximum van 10 eurocent per kilometer. Werkgevers die nog geen vergoeding geven, kunnen deze invoeren, maar moeten minimaal 10 eurocent per kilometer aanbieden. In beide gevallen is er compensatie mogelijk door middel van een belastingkrediet.”
Om te vermijden dat werknemers de verhoogde vergoeding zien wegbelast worden via de personenbelasting, voorziet de regering bovendien een extra fiscale vrijstelling, bovenop de bestaande vrijstelling voor werkgeverstussenkomsten voor woon‑werkverplaatsingen met de wagen, tot een maximum van 500 euro.
In 2025 gaf 54% van de werkgevers een vergoeding voor woon‑werkverkeer met de eigen wagen. Bij grote ondernemingen loopt dat op tot gemiddeld 78%, tegenover 47% bij kmo’s. Regionaal constateert SD Worx duidelijke verschillen, in functie van het verplaatsingsgedrag:
- Wallonië: 70%
- Vlaanderen: 55%
- Brussel: 41%
“We schatten dat ongeveer één op de tien werknemers die met de eigen wagen naar het werk komen, vandaag géén vergoeding krijgt voor dat traject. Hoeveel werknemers in totaal zich met eigen wagen verplaatsen, kunnen we schatten op basis van het grote werknemersonderzoek van SD Worx. Net als in de rest van Europa is de eigen wagen het dominante vervoersmiddel, al ligt het gebruik in België (55%) iets onder het Europese gemiddelde (59%). In Vlaanderen komen we ook relatief meer met de fiets, ook met vergoeding", legt Veerle Michiels uit.
Andere professionele verplaatsingen: aparte regeling
Naast woon‑werkverkeer zijn er ook beroepsmatige verplaatsingen met de eigen wagen (bijvoorbeeld dienstverplaatsingen). “De regering wil ook het maximumbedrag van de forfaitaire kilometervergoeding voor professionele verplaatsingen met de eigen wagen optrekken voor het tweede kwartaal (april, mei, juni). Vandaag bedraagt deze voor het tweede kwartaal van 2026 0,4327 euro per kilometer. Deze maatregel is in eerste instantie bedoeld voor federale ambtenaren, maar ook werkgevers in de privésector kunnen dit forfait toepassen voor werknemers die zich beroepsmatig met de eigen wagen verplaatsen. Voor deze verhoging is geen compensatie voorzien via een belastingkrediet”, besluit Veerle Michiels.
