Truckbouwers vragen uitstel voor CO2-doelstelling 2030
ACEA: noodzakelijke randvoorwaarden lopen minstens drie jaar achter
De CEO's van zeven grote Europese truck- en busconstructeurs hebben tijdens IAA Transportation 2026 in Hannover gezamenlijk gewaarschuwd dat de randvoorwaarden voor de overstap naar emissievrije zware bedrijfsvoertuigen te traag worden uitgerold. ACEA vraagt daarom niet alleen een versnelling van onder meer laad- en tankinfrastructuur, maar ook drie jaar uitstel voor de CO2-compliancetermijn van 2030.
Volgens ACEA blijven de Europese truck- en busconstructeurs achter de ambitieuze Europese CO2-reductiedoelstellingen staan. Na jaren van investeringen is volgens de sector vandaag voor de belangrijkste toepassingen een breed aanbod competitieve emissievrije voertuigen beschikbaar. De omstandigheden die transportbedrijven nodig hebben om die voertuigen op grote schaal en economisch rendabel in te zetten, lopen volgens ACEA echter minstens drie jaar achter en ontwikkelen zich nog altijd niet snel genoeg.
Marktaandeel blijft beperkt
Momenteel is slechts 2,4% van de nieuw ingeschreven zware vrachtwagens in Europa emissievrij. De verschillen tussen de belangrijkste Europese markten zijn bovendien groot. In Polen, Spanje en Italië blijft het aandeel onder 1%. In Duitsland bedraagt het 4,3% en in Frankrijk 2,4%.
Met nog 45 maanden te gaan voordat de CO2-doelstellingen voor 2030 van toepassing worden, blijft de kloof tussen de huidige marktpenetratie en het vereiste tempo van de transitie volgens ACEA aanzienlijk.
Om die kloof te dichten, moeten emissievrije vrachtwagens ook economisch interessant worden voor transportbedrijven. Daarbij spelen onder meer de beschikbaarheid van laadmogelijkheden en toegang tot het elektriciteitsnet, de energiekosten, CO2-gebaseerde wegheffingen en een coherent ondersteunend beleidskader een rol. Veel van die randvoorwaarden worden bepaald door andere partijen dan de voertuigconstructeurs.
Drie jaar extra gevraagd
ACEA vraagt daarom om de CO2-compliancetermijn van 2030 met drie jaar uit te stellen. Volgens Karin Rådström, CEO van Daimler Truck en voorzitter van de Commercial Vehicle Board van ACEA, hebben de constructeurs de nodige investeringen gedaan en is vandaag een breed aanbod CO2-vrije voertuigen beschikbaar. Een grootschalige commerciële uitrol hangt volgens haar echter ook af van het bredere ecosysteem, dat achterloopt.
De sector vraagt daarom twee zaken: de noodzakelijke randvoorwaarden veel sneller realiseren en tegelijk de compliancetermijn voor 2030 met drie jaar verschuiven om boetes voor constructeurs te voorkomen.
Verantwoordelijkheid en controle
Volgens ACEA zijn verantwoordelijkheid en controle in de huidige situatie onvoldoende op elkaar afgestemd. Constructeurs riskeren zware financiële sancties wanneer hun nieuw verkochte voertuigvloten de CO2-doelstellingen niet halen, terwijl hun mogelijkheid om die doelstellingen te bereiken mede afhankelijk is van beslissingen en investeringen elders in de waardeketen.
Als de marktpenetratie van emissievrije vrachtwagens te laag blijft om de verplichtingen voor 2030 te halen, zouden boetes volgens de constructeurs niet automatisch meer emissievrije trucks op de weg brengen. Ze vrezen daarentegen dat miljarden euro's zouden wegvloeien die anders kunnen worden geïnvesteerd in de technologie en productiecapaciteit die voor de transitie nodig zijn.
Tegelijk waarschuwt de sector dat dergelijke financiële sancties de positie van Europese constructeurs kunnen verzwakken op een moment dat de internationale concurrentie verder toeneemt.
Zeven constructeurs samen op het podium
De oproep werd tijdens IAA Transportation gezamenlijk kracht bijgezet door de top van zeven Europese truck- en busconstructeurs. Aan de persconferentie namen Jim Walenczak van DAF Trucks, Karin Rådström van Daimler Truck, Güven Özyurt van Ford Otosan, Olof Persson van Iveco Group, Alexander Vlaskamp van MAN Truck & Bus, Christian Levin van Scania Group en TRATON GROUP en Martin Lundstedt van Volvo Group deel.
Met hun gezamenlijke optreden willen de constructeurs benadrukken dat de beschikbaarheid van emissievrije voertuigen alleen niet volstaat om de Europese CO2-doelstellingen te halen. Volgens hen moeten ook de economische en praktische voorwaarden voor transportbedrijven veel sneller volgen.