Kabels en draden in elektrische installaties
Een correcte keuze van kabels en draden conform de voorschriften in het AREI is essentieel voor een veilige en betrouwbare elektrische installatie. Elke toepassing - verlichting, stopcontacten, domotica of data - vereist een specifiek type geleider.
Draden
De termen 'draad' en 'kabel' worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde.
- Een draad is één geïsoleerde geleider.
- Een kabel bestaat uit meerdere geïsoleerde draden samen, beschermd door een buitenmantel.
In een kabel zitten dus meerdere draden. Kabels en draden worden ook wel geleiders genoemd.
VOB-draden
In vaste installaties worden meestal VOB-draden gebruikt (H07V-U). Dit zijn massieve koperen geleiders met PVC-isolatie. De isolatie heeft een vaste kleur, vastgelegd volgens geldende kleurcodes met een vaste betekenis. De meest voorkomende zijn:
- bruin: fasedraad (L), zorgt voor de stroomtoevoer. Normaalgezien is dit de enige draad die onder spanning staat;
- blauw: nulgeleider (N) zorgt voor de afvoer van de stroom;
- geel/groen: aardingsdraad (PE), staat in verbinding met de aardingslus. Deze dient ter beveiliging;
- zwart of grijs: schakeldraad, verbindt de stroomtoevoer van een schakelaar naar bijvoorbeeld een lamp;
- oranje: hoogspanning batterij auto.
Doorsneden en beveiliging
De doorsnede wordt uitgedrukt in mm². De juiste doorsnede voorkomt oververhitting. Deze doorsnede is een maximum. Elke draaddoorsnede heeft in functie van zijn koper-oppervlakte een maximaal ampèrage waarop deze mag worden afgezekerd:
- 1,5 mm²: geschikt voor verlichtingskringen (afgezekerd van een automaat 10 - 16 A);
- 2,5 mm²: geschikt voor kringen met stopcontacten (automaat 20 A);
- 4 mm² – 6 mm²: voor de aansluiting van zware toestellen zoals kookplaten en warmtepompen;
- grotere doorsneden: hoofdaansluiting of verdeelborden.
Varianten van VOB
- H07V-K: soepele draad, gebruikt voor bedrading in onder andere verdeelborden, bijvoorbeeld voor verbindingen tussen automaten en differentieelschakelaars.
- VOBst: getinde soepele draad, gebruikt in vochtige of corrosieve omgevingen, bijvoorbeeld bedrading in machines of scheepsinstallaties waar de vertinning oxidatie tegengaat. In de meeste gevallen moet deze aangesloten worden met behulp van een adereindhuls.
VOB-draden mogen niet los in de muur geplaatst worden. Ze worden in een buis of in een installatiekabel gebruikt.
Installatiekabels
XVB-kabel
- De meest gebruikte kabel in woningen;
- bevat meerdere VOB-draden in een dubbele PVC-mantel;
- geschikt voor inbouw zonder extra buis;
- mag ook in opbouw gebruikt worden (CCA);
- als je een XVB-kabel in de grond wil gebruiken, moet die in een beschermende wachtbuis gestoken worden. De kabels moeten minstens 60 cm diep geplaatst worden, of beschermd worden met bijvoorbeeld gele pannen.
Voorbeeld: 3G2,5-kabel: de 3G duidt aan dat er drie geleiders in de mantel zitten, waarvan één een aardingsdraad is. Zit er geen aardingsdraad bij de geleiders, dan wordt dit aangeduid door een 3X. De '2,5' slaat op de doosnede, die 2,5 mm² bedraagt.
EXVB
- Grondkabel met beschermende mantel.
- Mag rechtstreeks in de grond worden gelegd.
XGB-kabel
- Halogeenvrije kabel.
- Bij brand minder rook en minder giftige gassen.
- Verplicht in veel publieke gebouwen.
Voorbedrade buizen
Dit is een een geribbelde plastic buis met reeds ingebouwde VOB-draden of kabels zoals XVB. Deze voorbedrade buis zelf is niet-vlamverspreidend en zal nooit ECA of CCA genormeerd zijn. Enkel de geleiders of de kabels in de buis kunnen dat zijn.
Kabels voor data en telecom
COAX-kabel
Een kabel voor televisiesignalen, bestaande uit een centrale koperen geleider, een isolatielaag. Deze beschikt over een gevlochten afscherming die storingen voorkomt.
UTP-kabel
Netwerkkabel voor internet en data, bestaande uit getwiste aderparen. Varianten hierop zijn:
- FTP-kabel: folie-afscherming, gebruikt in normale netwerkinstallaties in kantoren of woningen, waar er beperkte elektrische storingen zijn;
- STP-kabel: extra afscherming, gebruikt in omgevingen met meer elektromagnetische storing;
- S/FTP-kabel: dubbele afscherming, gebruikt in zeer storingsgevoelige omgevingen of voor hoge prestaties (datacenters, serverruimtes).
Bij inbouw wordt ook hier preflex aanbevolen.
Domotica- en buskabels
Bij domotica wordt naast voeding ook data verzonden.
Buskabel (KNX/EIB)
Groene kabel voor communicatie tussen sensoren en actoren. Kan in serie (doorgelust) of in ster geplaatst worden.
SVV-kabel
Signaalkabel voor videofoon, alarm of laagspanningssturing.

Kabels voor toestellen
- CTLB: Rubberen mantel, gebruikt voor verlengkabels voor elektrisch gereedschap buitenshuis, bijvoorbeeld een grasmaaier of haagschaar.
- CTMB: Extra stevige rubberkabel voor werven en zware belasting, gebruikt op bouwplaatsen, bijvoorbeeld voor het aansluiten van zware machines zoals betonmixers of werfverlichting.
- VTMB: Vinylmantel voor huishoudtoestellen met gemiddeld vermogen, bijvoorbeeld een wasmachine of stofzuiger.
- VTLB: Lichte kabel voor kleine toestellen, gebruikt voor kleine elektrische toestellen, bijvoorbeeld een tafellamp of radio.
- Multikabel: Meerdere geleiders in één mantel voor stuur- of signaaltoepassingen, bijvoorbeeld in een industriële machine of een automatisatiesysteem.
- Luidsprekerkabel: Tweedradige kabel voor audio, gebruikt voor het verbinden van een versterker met luidsprekers in een audio-installatie.
- Telefoonkabel: Laagspanningskabel voor telefonie en communicatie, gebruikt voor telefoon- of communicatielijnen, bijvoorbeeld verbinding tussen een telefoonaansluiting en een modem/telefoon.
Let op
Verlengkabels zitten vaak rond een haspel. Een kabelhaspel moet volledig afgerold worden om oververhitting te voorkomen.
Brandveiligheid – CPR en CCA
Kabels vallen onder de Europese CPR-norm (Construction Products Regulation).
Brandklassen:
- Eca: basisbrandveiligheid;
- Dca: betere prestaties;
- Cca: beperkte branduitbreiding;
- B2ca: zeer hoge brandveiligheid.
In bundels, holle wanden of brandbare gebouwen is minstens Cca verplicht.
Hoe hoger de klasse, hoe beter de kabel bestand is tegen brand en rookontwikkeling.