Nieuwe regels voor aansprakelijkheid bij gebrekkige zaken
Juridisch artikel
Een klant valt van de trap in uw toonzaal en meent dat u aansprakelijk bent. Zij stelt dat uw trap een "gebrek" vertoont doordat die nog niet volledig was afgewerkt. Zij wil dat u haar schade vergoedt. Is dit een terechte claim?

De oude wetgeving
Artikel 1384, lid 1 van ons oud Burgerlijk Wetboek bepaalt: "Men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men veroorzaakt door zijn eigen daad, maar ook voor die welke veroorzaakt wordt door de daad van personen voor wie men moet instaan, of van zaken die men onder zijn bewaring heeft."
De nieuwe wetgeving
De nieuwe wetgeving stelt dat de bewaarder van een zaak foutloos aansprakelijk is voor de schade die veroorzaakt wordt door een gebrek van die zaak.
Wat betekent het begrip "bewaarder"?
De "bewaarder" wordt in de nieuwe wet (art. 6.16 NBW) gedefinieerd als de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over de zaak (hier: de trap).
Het is de eigenaar die vermoed wordt de bewaarder van de zaak te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij iemand anders berust.
Wat betekent een "gebrekkige zaak"?
Een zaak is "gebrekkig" wanneer zij door één van haar kenmerken niet de veiligheid biedt die men in de gegeven omstandigheden gerechtigd is te verwachten. Dit houdt in dat voortaan gekeken moet worden naar de wettelijke veiligheidsverwachtingen: een zaak is dus gebrekkig zodra zij niet langer de veiligheid biedt die men ervan mag verwachten.
Onder de oude wetgeving was dit anders en werd nagegaan of de zaak een "abnormaal kenmerk" vertoonde waardoor schade aan iemand werd berokkend. Had de zaak een dergelijk abnormaal kenmerk, dan werd zij als "gebrekkig" beschouwd.
Het "oorzakelijk verband" tussen de schade en het gebrek
Opdat artikel 6.16 NBW van toepassing zou zijn, is het noodzakelijk dat er tussen het gebrek van de zaak en de schade een "oorzakelijk verband" bestaat. Dit betekent dat zonder het gebrek aan de zaak (de trap), de schade (van de klant) zich niet zou hebben voorgedaan.
In de praktijk betekent dit dat de rechter de bewaarder van de zaak toch vrijuit kan laten gaan indien hij, op basis van de feiten en omstandigheden, beslist dat de schade ook zonder het gebrek aan de zaak zou zijn ontstaan.
Addertjes onder het gras...
Het is de benadeelde die moet bewijzen dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de schade en het gebrek.
Ook kan de foutloos aansprakelijke bewaarder van de zaak zich volgens de nieuwe regels niet langer beroepen op overmacht. Indien de benadeelde zelf, of een derde, een fout zou hebben gemaakt, dan kan de bewaarder van de zaak zich tot hem wenden en een regresvordering instellen.