Euro NCAP vraagt sterkere onderrijbeveiliging
Huidige bescherming schiet tekort bij aanrijdingen
Euro NCAP roept Europese truck- en opleggerfabrikanten op om de onderrijbeveiliging aan de achterzijde van zware voertuigen vrijwillig te versterken en niet te wachten op nieuwe regelgeving. Crashtests tonen aan dat de huidige Europese beveiliging bij een botsing met 56 km/u structureel kan bezwijken. In Europa zouden jaarlijks zo'n 400 dodelijke ongevallen met onderrijding plaatsvinden.
Euro NCAP bracht de problematiek tijdens IAA Transportation 2026 in Hannover opnieuw onder de aandacht. De organisatie wil dat constructeurs van trucks en opleggers bestaande oplossingen voor een sterkere onderrijbeveiliging zo snel mogelijk toepassen, ook via retrofitoplossingen voor bestaande voertuigen.
Eind september worden de onderzoeksresultaten ook voorgesteld tijdens een bijeenkomst van de Working Party on General Safety Provisions (GRSG) van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE) in Genève. Die werkgroep bereidt voorstellen voor internationale regelgeving rond voertuigveiligheid voor.
Auto schuift onder oplegger
Bij een aanrijding tegen de achterzijde van een oplegger bestaat het risico dat een personenwagen onder de oplegger schuift. Daardoor kan de hogere laadvloer rechtstreeks de passagiersruimte raken en worden de kreukelzones en veiligheidssystemen van de auto grotendeels omzeild.
Volgens Euro NCAP dragen dergelijke ongevallen jaarlijks bij tot naar schatting 400 dodelijke slachtoffers in Europa. De organisatie onderzocht de problematiek samen met onder meer het Britse National Highways en Department for Transport, het Duitse ADAC, het Zweedse Trafikverket en het Amerikaanse Insurance Institute for Highway Safety (IIHS).
Europese beveiliging bezwijkt
Tijdens de crashtests werd een personenwagen met 56 km/u tegen de achterzijde van een oplegger gereden. Een Europese onderrijbeveiliging die aan de huidige verplichte VN-norm voldoet, bezweek daarbij structureel. De beveiliging plooide weg, waardoor zelfs een personenwagen met een vijfsterrenveiligheidsbeoordeling onder de oplegger kon schuiven en zwaar beschadigd raakte.
Ter vergelijking werd dezelfde test uitgevoerd met een onderrijbeveiliging die voldoet aan de vrijwillige Amerikaanse IIHS TOUGHGUARD-criteria. Die constructie bleef bij dezelfde botsbelasting wel intact. Daardoor konden de voorste kreukelzones en airbags van de personenwagen functioneren zoals bedoeld.
Euro NCAP ziet de sterkere Amerikaanse constructie daarom als voorbeeld voor Europa. De organisatie vraagt fabrikanten om niet te wachten tot de wettelijke voorschriften worden aangescherpt, aangezien de ontwikkeling en invoering van nieuwe regelgeving verschillende jaren kan duren.
Ook ADAS biedt nog geen oplossing
Het onderzoek keek ook naar de prestaties van Advanced Driver Assistance Systems (ADAS). Voertuigen met ADAS van een eerdere generatie detecteerden de gestandaardiseerde testobjecten in laboratoriumomstandigheden telkens correct. Bij echte bedrijfsvoertuigen, waaronder skelet- en schuifzeilopleggers, daalde de detectiegraad echter aanzienlijk.
Nieuwe generaties hardware en software moeten die herkenning verder verbeteren. Euro NCAP wijst er evenwel op dat het Europese personenwagenpark gemiddeld steeds ouder wordt. Daardoor zou het volgens de organisatie meer dan 15 jaar duren voordat verbeterde ongevalpreventietechnologie voldoende breed verspreid is om het probleem aanzienlijk te verkleinen.
Vrijwillig vooruitlopen op regelgeving
Euro NCAP pleit daarom voor een combinatie van betere actieve en passieve veiligheid. Terwijl ADAS de kans op een aanrijding moet verkleinen, moet een sterkere onderrijbeveiliging de gevolgen beperken wanneer een botsing toch plaatsvindt.
Matthew Avery, director of strategic development bij Euro NCAP, stelt dat wetgeving daarbij de ondergrens en niet het einddoel moet vormen. Omdat volgens de organisatie al bewezen technische oplossingen beschikbaar zijn, worden truck- en opleggerfabrikanten en transportvloten opgeroepen om sterkere onderrijbeveiliging vrijwillig en versneld in te voeren.